Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
ING BANK NV,
1.De procedure
- de dagvaarding
- het antwoord
- de mondelinge behandeling op 9 oktober 2014.
Rechtbank Limburg
In deze kort geding procedure vordert de verhuurder dat ING Bank wordt verplicht de huurovereenkomst voor kantoorruimte met parkeergarage na 1 juli 2015 voort te zetten. ING had de huur opgezegd per 1 juli 2015, waarbij de opzegging tijdig en rechtsgeldig is betekend.
De rechtbank oordeelt dat de vordering een ordemaatregel betreft en dat het primaire verweer van ING dat het een verklaring voor recht betreft, faalt. ING betwist echter het spoedeisend belang van de verhuurder, aangezien de einddatum van de huurovereenkomst nog negen maanden verwijderd is. De verhuurder heeft onvoldoende concreet spoedeisend belang gesteld.
Desondanks beoordeelt de voorzieningenrechter de vordering inhoudelijk en concludeert dat de opzegging door ING tijdig en rechtsgeldig is betekend, ook al betwist de verhuurder de ontvangst van de aangetekende brief. De verhuurder had de opzegging reeds in november 2013 per gewone post ontvangen. De vordering wordt daarom afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de verhuurder tot voortzetting van de huurovereenkomst na 1 juli 2015 wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en rechtsgeldige opzegging.