Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
1.subsidiair
3.primair
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
5.De strafbaarheid van verdachte
nietvolledig ontoerekeningsvatbaar was in augustus 2012. Verdachte is dan ook strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid volledig uitsluit.
6.De oplegging van straf en maatregel
nietgeïndiceerd. Uit hun rapporten blijkt dat verdachte ziektebesef en ziekte-inzicht heeft. Verdachte werkt op dit moment mee aan een vrijwillige behandeling. Hij is hersteld van zijn psychotische stoornis dankzij een adequate medicamenteuze behandeling.
zijzijn dan immer degenen die moeten signaleren dat het weer mis gaat met verdachte - is naar het oordeel van de rechtbank te groot en brengt te veel risico met zich mee. De rechtbank stelt daarbij de veiligheid van andere personen voorop. Om die reden zal de rechtbank overgaan tot oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. Er is namelijk sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, zoals hiervoor onder punt 5 reeds overwogen. Het door verdachte gepleegde feit betreft een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer op is gesteld en dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon.
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;
- ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van feit 1 subsidiair;
- verklaart verdachte strafbaar ten aanzien van feit 3 primair;
een gevangenisstraf voor de duur van zes weken;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres 2], te betalen een bedrag van € 7.846,67 (zegge: zevenduizendachthonderdzesenveertig euro en zevenenzestig eurocent), bestaande uit immateriële schade ad € 5.500,- en materiële schade ad € 2.346,67, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 december 2012 tot een aan de dag van volledige voldoening;
- verklaart het restende deel van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake de immateriële schade niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] een bedrag van € 1.526,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 25 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2012;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [slachtoffer] vervalt en omgekeerd;