ECLI:NL:RBLIM:2014:9887

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
13 november 2014
Publicatiedatum
17 november 2014
Zaaknummer
03.085929.14 (ontneming)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 3 Opiumwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt

De politierechter heeft op 13 november 2014 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen verdachte, die eerder veroordeeld werd voor het telen van hennep. De ontnemingsvordering betrof het voordeel dat verdachte had verkregen uit twee eerdere oogsten van hennepplanten. De officier van justitie schatte dit voordeel op €19.626,66, terwijl de verdediging stelde dat dit bedrag lager moest zijn vanwege aftrek van elektriciteitskosten en accountantskosten.

De politierechter stelde vast dat verdachte twee keer eerder geoogst had, gebaseerd op netmetingen die het gebruik van schakelklokken en verlichting in de hennepteelt bevestigden. De opbrengst werd berekend op basis van 160 planten per oogst, een gemiddelde opbrengst van 23 gram per plant en een kiloprijs van €3.100. Na aftrek van kosten zoals elektriciteit, afschrijving en variabele kosten, werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €18.301,06.

De rechtbank verwierp de aftrek van belasting- en accountantskosten omdat deze niet in directe relatie stonden tot het verkrijgen van het voordeel. De politierechter legde aan verdachte de verplichting op om dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de griffier en de advocate van verdachte.

Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van €18.301,06 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03.085929.14 (ontneming)
Datum uitspraak : 13 november 2014
Tegenspraak
Uitspraak van de politierechter op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen:
[verdachte].
Raadsvrouwe is mr. K.D.M. Schepers, advocate te Sittard.

1.Het onderzoek van de zaak

Deze uitspraak is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
30 oktober 2014.
De politierechter heeft op 30 oktober 2014 gehoord de officier van justitie, [verdachte] en zijn raadsvrouwe mr. K.D.M. Schepers, advocate te Sittard.
De behandeling van de ontnemingsvordering had gelijktijdig plaats met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03.085929.14. Op 30 oktober 2014 heeft de politierechter eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.

2.De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

2.1
Het standpunt van de officier van justitie
De vordering van de officier van justitie houdt in de ontneming van het voordeel dat [verdachte] heeft verkregen uit de baten van eerdere strafbare feiten, zijnde twee eerdere oogsten van 160 hennepplanten. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op 19.626,66 euro en heeft verzocht betaling van dit bedrag aan [verdachte] op te leggen.
2.2
Het standpunt van de verdediging
[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard - zakelijk weergegeven - dat hij de hennepkwekerij in het begin van het jaar 2013 zelf heeft opgebouwd. De eerste oogst had een opbrengst van ongeveer 2,5 kilogram hennep, waarbij [verdachte] per kilogram ongeveer een bedrag van 3.100,- euro ontving. Voor deze eerste oogst heeft [verdachte] een bedrag van ongeveer 7.500,- euro ontvangen. [verdachte] verklaart bovendien dat de tweede oogst mislukt is. De derde oogst is door de politie aangetroffen.
Raadsvrouwe mr. Schepers heeft ter terechtzitting aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil dient te worden gesteld. Bij de berekening moet volgens de verdediging op grond van het procesdossier worden uitgegaan van een totaal van 125 hennepplanten. [verdachte] heeft voor zijn eerste oogst een bedrag van ongeveer 7.500,- euro ontvangen. De elektriciteitskosten dienen van dit bedrag te worden afgetrokken. Immers, [verdachte] heeft inmiddels aan Enexis B.V. een bedrag van 2.237,37 euro voldaan in verband met de weggenomen energie. Daarnaast heeft [verdachte] een bedrag van 3.956,81 euro aan belasting betaald over een vermeend inkomen van 10.000,- euro in het jaar 2013. Dit vermeend inkomen is gerelateerd aan de vermeende opbrengst van de hennepkwekerij. Tot slot voert de verdediging aan dat ook de kosten die gemaakt zijn ten behoeve van accountantswerkzaamheden van voornoemd bedrag dienen te worden afgetrokken.

3.De uitgangspunten voor de beoordeling

Bij voormeld vonnis van heden is [verdachte] onder meer veroordeeld wegens het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd op 25 juni 2013.
De vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dateert van
29 augustus 2014. De officier van justitie heeft de vordering aanhangig gemaakt binnen de daarvoor gestelde termijn.
Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, [verdachte] voordeel heeft verkregen uit de baten van de feiten waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden of andere strafbare feiten, waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan.

4.Het bewijs

Indien tegen deze verkorte uitspraak hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op de uitspraak. Deze aanvulling wordt dan aan de uitspraak gehecht.

5.De schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De politierechter is van oordeel dat [verdachte] door middel van het telen van hennep voorafgaand aan de aangetroffen teelt voordeel heeft verkregen.
De politierechter stelt vast dat verdachte twee keer eerder geoogst heeft, gelet op de netmeting die heeft plaatsgevonden in de periode van 7 februari 2013 tot en met 11 februari 2013. Op deze netmeting zijn in- en uitschakelmomenten te zien. Dit patroon komt overeen met het gebruik van schakelklokken in combinatie met assimilatieverlichting in de hennepteelt. Op 25 juni 2013 is bij [verdachte] een in gebruik zijnde hennepkwekerij aangetroffen. De politierechter is van oordeel dat [verdachte] in de periode van 11 februari 2013 tot en met 25 juni 2013 twee keer heeft geoogst. Algemeen bekend is immers dat na 10 weken teelt de hennep geoogst wordt. In dit tijdvak zijn derhalve twee teeltcycli mogelijk.
Met betrekking tot de kosten overweegt de politierechter het volgende. Volgens de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad komen slechts die kosten voor aftrek in aanmerking die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict. Met betrekking tot belastingheffing en accountantskosten is aan dit criterium niet voldaan. Immers hebben deze kosten niet gediend tot het verkrijgen van het voordeel.
5.1
De berekening en de motivering van de schatting
De politierechter zal het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststellen op 18.301,06 euro.
De politierechter is bij de berekening van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van het volgende:
  • twee eerdere oogsten van 160 planten;
  • de gemiddelde opbrengst volgens BOOM van 23 gram per hennepplant;
  • de kiloprijs van de hennep van 3.100,- euro.
De schatting is derhalve als volgt:

1.Opbrengst:160 planten x 23 gram = 3.68 kilogram x 3.100,- euro = 11.408,- euro.11.408,- x 2 oogsten = 22.816,- euro

2. Kosten:
Afschrijvingskosten: 150,- euro x 2 oogsten = 300,- euro
Variabele kosten: 988,80 euro x 2 oogsten = 1.977,60 euro
Kosten elektriciteit: 2.237,34 euro
Totale kosten: 300,- euro + 1.977,60 euro + 2.237,34 euro =
4.514,94 euro
3. Het wederrechtelijk verkregen voordeel:
22.816,- euro – 4.514,94,- euro =
18.301,06 euro
Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt derhalve geschat op een bedrag van 18.301,06 euro.
Ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal aan [verdachte] de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van 18.301,06 euro.
De politierechter acht geen termen aanwezig het door [verdachte] te betalen bedrag lager vast te stellen dan het geschatte voordeel.
5.2
De op te leggen betalingsverplichting
De politierechter zal aan [verdachte] de verplichting opleggen tot betaling van
18.301,06 euro aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

6.De toegepaste wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit luidde ten tijde van het bewezenverklaarde.

7.De beslissing

De politierechter:
- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op
18.301,06 euro;
- legt aan [verdachte] de verplichting op tot
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel
van een bedrag van 18.301,06 euro.
Deze uitspraak is gegeven door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. K. Bruns, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 november 2014.