Werknemer was sinds 1 mei 1999 in dienst als oproep touringcarchauffeur bij de rechtsvoorgangster van werkgeefster. In 2015 ontstond een geschil over gemaakte studiekosten en nabetaling van meeruren. Eind augustus 2015 ontving werknemer contant €450 van een reiziger, welke hij niet op de voorgeschreven wijze afdroeg maar behield. Werkgeefster sommeerde terugbetaling, wat uitbleef, waarna op 24 september 2015 ontslag op staande voet volgde wegens verduistering.
Werknemer verzocht vernietiging van het ontslag, toekenning van vergoedingen, vaststelling van arbeidsomvang en loonbetalingen, vergoeding studiekosten, voorlopige voorziening en proceskosten. Werkgeefster verzette zich en stelde zelfstandige verzoeken tot schadevergoeding, terugbetaling, voorwaardelijke ontbinding en proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het achterhouden van het bedrag kwalificeert als verduistering in dienstbetrekking, een dringende reden voor ontslag op staande voet. Het ontslag werd als rechtsgeldig beoordeeld, met correcte onverwijlde mededeling. Verzoeken tot billijke en transitievergoeding werden afgewezen wegens ernstig verwijtbaar handelen werknemer. Verzoeken tot vaststelling arbeidsomvang en nabetaling werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Vergoeding studiekosten kon niet worden vastgesteld wegens gebrek aan concrete specificaties. Voorlopige voorziening en vergoeding buitengerechtelijke kosten werden eveneens afgewezen.
De zelfstandige verzoeken van werkgeefster tot schadevergoeding werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het gevorderde bedrag. Terugbetaling van €450 was reeds verrekend. Het voorwaardelijke ontbindingsverzoek werd afgewezen omdat het ontslag op staande voet de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig beëindigde, waardoor geen plaats meer is voor ontbinding. Proceskosten werden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.