Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling.
2.Het geschil
3.De beoordeling
816,00;
Rechtbank Limburg
In deze kortgedingprocedure vordert eiser schorsing van het verlof tot tenuitvoerlegging van een Duitse alimentatiebeschikking en opheffing van executoriale beslagen. De vordering betreft achterstallige kinderalimentatie die eiser sinds 1999 niet meer heeft betaald.
De rechtbank stelt vast dat Duits recht van toepassing is op de onderhoudsverplichting en de verjaring daarvan. Volgens Duits recht verjaart een rechterlijke titel na dertig jaar en onderhoudstermijnen na drie jaar, waarbij het recht op onderhoud binnen één jaar na opeisbaarheid moet worden opgeëist om rechtsverwerking te voorkomen.
Eiser heeft na 1999 geen betalingen verricht en gedagigde heeft na het bereiken van meerderjarigheid in 2007 niet binnen drie jaar actie ondernomen om de onderhoudsbijdragen te innen. De rechtbank acht aannemelijk dat het recht op onderhoud is verwerkt, waardoor het verlof tot tenuitvoerlegging geschorst wordt. Tevens worden de gelegde beslagen op de auto en bankrekening opgeheven omdat de auto niet eigendom van eiser is.
De proceskosten worden aan de zijde van eiser begroot op €1.195,19 en gedagigde wordt veroordeeld in de kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verlof tot tenuitvoerlegging wordt geschorst en het gelegde beslag wordt opgeheven wegens verjaring en rechtsverwerking onder Duits recht.