Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[naam] ,
1.De procedure
- de verzoekschriften van 29 oktober 2015
- het aanvullend verzoekschrift van 23 november 2015
- de mondelinge behandeling ter zitting van 8 december 2015.
2.De feiten
Geachte mevrouw [verzoekster] ,
Rechtbank Limburg
Verzoekster was sinds maart 2015 in dienst bij verweerder met een arbeidsovereenkomst voor één jaar. Op 21 september 2015 werd zij aangesproken over een kasverschil waarna zij niet meer werkte. Verweerder sprak haar op 1 oktober 2015 ontslag op staande voet uit wegens vermeende agressieve communicatie, wat verzoekster betwistte.
Verzoekster vorderde aanvankelijk vernietiging van de opzegging en loondoorbetaling, maar beperkte haar verzoek later tot vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding. Verweerder verscheen niet in de procedure, waardoor diens stellingen onbeantwoord bleven.
De kantonrechter oordeelde dat geen dringende reden voor ontslag op staande voet bestond en dat de opzegging niet onverwijld was gegeven. Daarom werd verweerder veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van drie maanden loon en een billijke vergoeding van €500, naast de proceskosten.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding wegens ongeldig ontslag op staande voet.