ECLI:NL:RBLIM:2015:11379
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de verrekening en verdeling van vermogen tussen echtgenoten volgens huwelijkse voorwaarden
De rechtbank Limburg behandelt een geschil tussen echtgenoten over de verdeling en verrekening van hun vermogen conform huwelijkse voorwaarden. Partijen zijn gehuwd onder uitsluiting van gemeenschap van goederen met een jaarlijks verrekenbeding van netto arbeidsinkomsten. De man stelt dat partijen de verrekening de facto hebben uitgevoerd en dat er geen vorderingen meer openstaan, terwijl de vrouw dit betwist en stelt dat het wettelijk vermoeden van artikel 1:141 lid 3 BW Pro geldt.
De rechtbank constateert dat de man zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd met bewijsstukken en stelt hem in de gelegenheid om dit alsnog te doen, inclusief een toelichting op bankafschriften van beide partijen. De vrouw krijgt eveneens de mogelijkheid om te reageren op de nieuwe stellingen en bewijsstukken.
Daarnaast heeft de vrouw een verzoek ingediend tot verdeling van de gemeenschappelijke inboedel, maar heeft dit niet met feiten onderbouwd. De rechtbank verlangt een nadere toelichting en onderbouwing van dit verzoek. Totdat beide partijen hun bewijs en standpunten hebben aangevuld, houdt de rechtbank verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid bewijs en toelichting aan te leveren over de verrekening en inboedelverdeling.