Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
uit het leven stappen’) en dat het bedrijven van prostitutie in Duitsland en in Nederland niet strafbaar is gesteld.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen een 60-jarige Duitse eigenares van een escortbedrijf die werd verdacht van mensenhandel door het medenemen van Duitse prostituees naar Nederland met het oogmerk hen tot prostitutie te brengen. De officier van justitie stelde dat de verdachte strafbaar was omdat zij actief bijdroeg aan het beschikbaar stellen van prostituees in Nederland, zonder dat dwang of beknotting van keuzevrijheid vereist was.
De verdediging voerde aan dat de verdachte slechts bemiddelde en de prostituees vrij waren in hun keuze om het beroep uit te oefenen, zonder enige beknotting van hun vrijheid. De rechtbank volgde de lijn van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat een verwijtbare bijdrage aan beknotting van vrijheid vereist is voor strafbaarheid.
Uit verklaringen van de prostituees bleek dat zij vrij waren om hun werk te weigeren of te staken en dat de verdachte alleen zorgde voor vervoer en bemiddeling. De rechtbank concludeerde dat geen enkele aanwijzing bestond voor enige beknotting van vrijheid door de verdachte.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Dit oordeel sluit aan bij recente jurisprudentie waarin het belang van daadwerkelijke vrijheid van de prostituee centraal staat bij de beoordeling van mensenhandel.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens ontbreken van verwijtbare bijdrage aan beknotting van vrijheid prostituees.