ECLI:NL:RBLIM:2015:1472
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Wöretshofer
- G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe
- I.P. de Groot
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens ontbreken rechtsmacht in mensenhandelzaak
De rechtbank Limburg behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van mensenhandel gepleegd in Duitsland, waarbij slachtoffers werden aangezet tot seksuele handelingen in Nederland. Na een preliminair verweer van de verdediging werd de dagvaarding partieel nietig verklaard, waardoor de tenlastelegging zich beperkte tot feiten gepleegd buiten Nederland.
De rechtbank onderzocht de toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet op de feiten en partijen. Uit het dossier bleek dat noch verdachte, noch de slachtoffers de Nederlandse nationaliteit bezaten of in Nederland woonden ten tijde van de feiten. De rechtbank oordeelde dat op grond van de artikelen 2 tot en met 8c van het Wetboek van Strafrecht geen rechtsmacht aan Nederland toekomt.
Ook de extraterritoriale toepassing van de strafwet, zoals geregeld in artikel 6 Wetboek Pro van Strafrecht en het Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht, bood geen grond voor rechtsmacht. De verdachte verbleef niet in Nederland en de slachtoffers hadden geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens het ontbreken van rechtsmacht. Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Limburg op 23 februari 2015.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van Nederlandse rechtsmacht.