Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;
- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;
- zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan; de officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;
- zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
een [merknaam]’ voor de deur staat. Tijdens deze gesprekken wordt de mast die op een korte afstand van de [adres 2]is gesitueerd, aangestraald. De bewoner van de woning waar de inbraak heeft plaatsgevonden, de heer [slachtoffer], is in het bezit van een personenauto, merk [merknaam]. Voorts heeft de officier van justitie haar oordeel gebaseerd op de aangifte van [slachtoffer] en op het feit dat een aantal van de in de aangifte vermelde goederen zijn aangetroffen in de woning van de verdachte en in de woning van twee andere personen, die eveneens worden verdacht te hebben deelgenomen aan de inbraak.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De oplegging van straf
8.De benadeelde partij
9.Het beslag
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het onder 2. tenlastegelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het onder 2. bewezenverklaarde een strafbaar feit oplevert, zoals dat hierboven onder 5.2 is omschreven;
- verklaart de verdachte daardoor strafbaar;
tot een geldboete van € 300,-,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van zes dagen;