ECLI:NL:RBLIM:2015:2083
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot ontneming wegens vrijspraak witwassen
De rechtbank Limburg behandelde de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen verdachte, gebaseerd op de verdenking van witwassen. Eerder was het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard, maar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigde dit vonnis en verwees de zaak terug.
Na hernieuwde behandeling op 25 februari 2015 en gelijktijdige behandeling van de strafzaak, wees de rechtbank op 11 maart 2015 vonnis in de strafzaak waarbij verdachte werd vrijgesproken van witwassen. Gezien deze vrijspraak kon niet worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel had genoten.
Daarom verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De vordering was aanvankelijk € 451.283,90, later gematigd tot € 191.867,14. De verdediging had verzocht tot niet-ontvankelijkheid of subsidiair matiging van de vordering.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming omdat verdachte is vrijgesproken van witwassen.