Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[geopposeerde sub 1]
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
527,00
Rechtbank Limburg
Opposante sloot in 2002 een koopovereenkomst voor een woning met geopposeerden. Na het niet nakomen van verplichtingen werd zij in verstek veroordeeld tot betaling van een boete van 10% van de koopsom. Opposante stelde dat de oorspronkelijke dagvaarding niet rechtsgeldig was betekend en kwam in verzet tegen het verstekvonnis.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen bewijs was geleverd van een geldige betekening van het verstekvonnis aan opposante in persoon. De verzettermijn vangt aan bij betekening aan de veroordeelde in persoon of bij bekendheid met het vonnis door een daad. Omdat opposante niet tijdig was betekend en ook niet bekend was met de tenuitvoerlegging, was haar verzet op tijd ingesteld.
De voorzieningenrechter ontheft opposante van de veroordeling in het verstekvonnis en verklaart haar verzet ontvankelijk. De gevorderde voorziening van geopposeerden wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De zaak leent zich voor een bodemprocedure. Geopposeerden worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Opposante wordt ontheven van de veroordeling in het verstekvonnis en haar verzet wordt ontvankelijk verklaard.