Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verstekvonnis van 27 november 2014
- de verzetdagvaarding met producties 1 t/m 15
- de nadien door [opposant] ingediende producties 16 t/m 19
- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie met twee producties
- de mondelinge behandeling op 8 januari 2015, de daar door partijen overgelegde pleitnota’s en de verklaring van [geopposeerde] dat de eis in reconventie dient te worden opgevat als wijziging van eis in conventie.
2.De feiten
- in conventie [opposant] gemachtigd op kosten van [geopposeerde], door verrekening met de huurpenningen, door deskundige [naam deskundige] (hierna: [naam deskundige]) bepaalde herstelwerkzaamheden aan het gehuurde te laten uitvoeren door een erkende dakdekker c.q. dakdekkersbedrijf;
- in reconventie [opposant] veroordeeld om de huur van mei, juni en juli ten bedrage van € 7.485,45, alsmede de toekomstige huurpenningen, telkens op de vervaldagen, te storten op de kwaliteitsrekening van mr. Schnabel, met dien verstande dat daarvan eerst de factuur van de dakdekker voldaan wordt.
- ontruiming van het gehuurde;
- betaling aan [geopposeerde] van € 10.601,35
- betaling van de proceskosten.