Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 400,--
Rechtbank Limburg
In deze zaak staat het ontslag op staande voet van eiser, bedrijfsleider bij In de Moriaan, centraal. Eiser werd per brief op 20 januari 2015 ontslagen wegens vermeend disfunctioneren en andere ernstige verwijten. Eiser betwist de rechtsgeldigheid van het ontslag en vordert loonbetaling vanaf die datum, inclusief wettelijke rente en verhoging, alsmede loonspecificaties en wedertewerkstelling.
De kantonrechter beoordeelt op basis van de beperkte onderzoeksmogelijkheden in kort geding of er een redelijke kans bestaat dat eiser in een bodemprocedure gelijk krijgt. De werkgever heeft haar verwijten onvoldoende onderbouwd en het ontslag is bovendien niet onverwijld medegedeeld. Daarom wordt het ontslag op staande voet voorlopig niet als rechtsgeldig beschouwd.
De loonvordering vanaf 20 januari 2015 wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente en verhoging, en de werkgever wordt veroordeeld tot het verstrekken van deugdelijke loonspecificaties. De vordering tot betaling van € 10.000 achterstallig loon wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen vanwege de korte resterende duur van de arbeidsovereenkomst en de verstoorde arbeidsrelatie.
De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt niet rechtsgeldig geacht en de werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon, wettelijke verhoging, rente en verstrekking van loonspecificaties.