Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
hoofdzaakvan
WONINGSTICHTING VAALS
vrijwaringszaakvan
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
an sichniet de door de woningstichting aan haar vordering ten grondslag gelegde overtreding door [gedaagde in hoodzaak, eiser in vrijwaring] van de civielrechtelijke norm hierboven (3.2, eerste zin) genoemd. Deze laatste norm geldt immers in
vermoedenvan het bedrijfsmatig aanwezig hebben rechtvaardigt, of dit zelfs
impliceert.Dit oordeel is - nog afgezien van de omstandigheden die in die gevallen tot het oordeel hebben geleid dat de
vermoedendat de aangetroffen hoeveelheid drugs bedoeld is om mee te handelen zich voor weerlegging, en die heeft [gedaagde in hoodzaak, eiser in vrijwaring] geleverd en de woningstichting niet voldoende gemotiveerd betwist. De vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden afgewezen.