Uitspraak
beschikking (voorlopige) ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing
[naam moeder], hierna te noemen de moeder
Het procesverloop
De standpunten
De verdere beoordeling
De beslissing
Den Bosch
Rechtbank Limburg
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige die verslaafd ter wereld kwam door methadongebruik van de moeder tijdens de zwangerschap. De ouders kampen met verslavingsproblemen, zijn uit hun woning gezet en verblijven tijdelijk bij grootouders. De Raad trok een deel van haar verzoeken in, maar handhaafde de noodzaak van toezicht en uithuisplaatsing.
De ouders stemden in met ondertoezichtstelling maar waren tegen de uithuisplaatsing. De gecertificeerde instelling (GI) bracht naar voren dat de ouders niet open waren over de zwangerschap en dat er zorgen zijn over drugsgebruik, financiën en de veiligheid van het kind. De minderjarige vertoont ontwenningsverschijnselen en is onrustig in het pleeggezin.
De kinderrechter constateerde dat het college van burgemeester en wethouders zich onterecht zonder voorbehoud conformeerde aan de bevindingen van de Raad, waardoor geen deugdelijk besluit in de zin van de Jeugdwet was genomen. Daarom verleende de rechter een machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden op grond van artikel 1:265b lid 3 BW. De ondertoezichtstelling werd verlengd voor twaalf maanden. Een nieuwe zitting is gepland voor juni 2015 om de voortgang te beoordelen.
Uitkomst: Voorlopige ondertoezichtstelling gehandhaafd en machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor drie maanden.