Uitspraak
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling gehouden op 20 april 2015.
3.Levensverzekering
4.Inboedel
,
Rechtbank Limburg
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen sinds 2001. Na beëindiging van hun relatie in 2009 sloten zij in 2014 een vaststellingsovereenkomst waarin de woning aan de man werd toegewezen en de vrouw afstand deed van haar aanspraken, met compensatie via een levensverzekering en inboedel.
De vrouw vorderde nakoming van deze overeenkomst omdat de man naliet de levensverzekering af te kopen, haar uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld te ontslaan en de afgesproken roerende zaken terug te geven. De man voerde aan niet te hebben geweten dat de levensverzekering aan de hypotheek was gekoppeld en dat hij financieel niet in staat was een nieuwe verzekering af te sluiten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vrouw een spoedeisend belang had en dat de man onvoldoende onderbouwde dat sprake was van dwaling. De man werd bevolen binnen zeven dagen de roerende zaken terug te geven, medewerking te verlenen aan de afkoop van de levensverzekering en de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man wordt bevolen binnen zeven dagen de roerende zaken terug te geven, medewerking te verlenen aan afkoop levensverzekering en ontslag van de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid te verlenen.