Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de door [A] ingezonden producties
- de door de curator ingezonden productie,
- de mondelinge behandeling op 11 mei 2015
- de door [A] overgelegde pleitnota.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een verzet tegen het faillissementsvonnis van een besloten vennootschap (BV) waarvan de aandeelhouder tevens de vereffenaar was. De curator in het faillissement van de aandeelhouder had namens de BV het faillissement aangevraagd en was benoemd tot curator van de BV.
De rechtbank overweegt dat het verzet tegen een faillissementsvonnis alleen openstaat voor de schuldenaar die niet is gehoord, en niet bij een eigen aanvraag. De curator stelde dat zijn aanvraag als eigen aanvraag moest gelden omdat hij als curator van de aandeelhouder de zeggenschap over de BV had.
De rechtbank oordeelt echter dat het verlies van beschikkingsbevoegdheid van de aandeelhouder niet betekent dat de curator automatisch zijn plaats inneemt als vereffenaar van de BV. Omdat geen aandeelhoudersvergadering heeft plaatsgevonden waarin de curator als vereffenaar werd benoemd, was de curator niet bevoegd om het faillissement van de BV aan te vragen.
Daarmee is geen sprake van een eigen aanvraag en is het verzet ontvankelijk. Het verzet wordt gegrond verklaard en het faillissement van de BV wordt vernietigd. De kosten van het faillissement komen voor rekening van de curator, die deze kosten niet heeft gespecificeerd, zodat deze op nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: Het verzet tegen het faillissement van de BV wordt gegrond verklaard en het faillissement vernietigd.