Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.de besloten vennootschap EBN B.V.statutair gevestigd en kantoorhoudend (3511 CV) Utrecht aan de Daalsesingel 1
[eiser sub 2]wonend te [woonplaats 1] aan de [adres 1]
[eiser sub 3]wonend te [woonplaats 2] aan de [adres 2]
[eiseres sub 4]wonend te [woonplaats 3] aan de [adres 3]
1.STICHTING PENSIOENFONDS DSM NEDERLANDgevestigd en kantoorhoudend (6411 TE) Heerlen aan Het Overloon 1
STICHTING PENSIOENFONDS ABPgevestigd en kantoorhoudend te (6411 CD) Heerlen aan de Coriovallumstraat 46
1.De procedure
- het exploot van dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord van PDN met producties;
- de conclusie van antwoord van ABP met producties;
- de conclusie van repliek, tevens akte vermeerdering van eis met producties;
- de conclusie van dupliek van PDN met producties;
- de conclusie van dupliek van ABP met producties;
- de akte uitlating producties van EBN c.s. met verzoek tot het houden van een pleidooi;
- de rolbeslissing van 16 maart 2015 waarbij een datum voor pleidooien is bepaald;
- de twee nader ingezonden producties van EBN c.s. ten behoeve van het pleidooi;
- de schriftelijke aantekeningen van de griffier van de pleidooien van 10 april 2015;
- de pleitnotities van enerzijds EBN c.s. en anderzijds PDN en ABP van 10 april 2015.
2.De feiten
3.Het geschil
1a.
primair voor recht verklaard wordt dat eisers 2, 3 en 4 en de overige tien EBN-‘medewerkers’ recht hebben op pensioenaanspraken bij ABP zoals deze voortvloeien uit een individuele waardeoverdracht van de per 1 januari 2008 ten aanzien van eisers 2, 3 en 4 en de overige tien EBN-medewerkers bij PDN aanwezige pensioenaanspraken en pensioenkapitalen door PDN aan ABP, waarbij de omzetting van de genoemde bij PDN aanwezige pensioenaanspraken bij ABP (alsnog) plaatsvindt per 1 januari 2008 conform waardeoverdracht als bedoeld in art. 71 van Pro de Pensioenwet, en
1b. ABP veroordeeld wordt om binnen twee weken na de datum waarop bij vonnis de hierboven sub a. gevraagde verklaring van recht wordt uitgesproken, eisers 2, 3 en 4 en de overige tien EBN-‘medewerkers’ schriftelijk te informeren over de hoogte van de pensioensaanspraken als hierboven sub a bedoeld door aan eisers 2, 3 en 4 en de overige tien EBN-‘medewerkers’ een uniform pensioenoverzicht te verstrekken als bedoeld in art. 38 lid 2 PW Pro, dit op verbeurte van een dwangsom van € 5 000,00 voor elke dag na betekening van dit vonnis dat ABP het bedoelde uniforme pensioenoverzicht niet (tijdig) verstrekt;
subsidiairPDN en ABP, ieder hoofdelijk, worden veroordeeld tot het betalen van een zodanig bedrag – nader op te maken bij staat – als nodig is om het verschil tussen de primair sub a bedoelde pensioenaanspraken enerzijds en de daadwerkelijk als gevolg van de waardeoverdracht bij ABP verkregen pensioenaanspraken anderzijds, bij een door EBN aan te wijzen instelling in de zin van de Pensioenwet in te kunnen kopen en bedoeld bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
meer subsidiairPDN veroordeeld wordt tot het doorbetalen van het subsidiair bedoelde door EBN aan PDN te betalen bedrag aan ABP als nabetaling in het kader van waardeoverdracht en ter verzekering van extra pensioenaanspraken bij ABP ten behoeve van eisers 2, 3 en 4 en de overige tien EBN-‘medewerkers’ en ABP veroordeeld wordt tot het accepteren van bedoeld bedrag als nabetaling in het kader van waardeoverdracht en tot het omzetten van dat bedrag in extra pensioenaanspraken en daarmee corresponderende dienstjaren in de zin van art. 10a lid 1 onderdeel f van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 in de ABP-pensioenregeling, ten behoeve van eisers 2, 3 en 4 en de overige tien EBN-‘medewerkers’ in het kader van waardeoverdracht; en