ECLI:NL:RBLIM:2015:4920
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Benoeming voogd na gezagsvacuüm door overlijden moeder met Zwitsers ouderlijk gezag
De rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot voogdij benoeming over een minderjarige na het overlijden van diens moeder, die in Zwitserland het ouderlijk gezag ('alleinige elterliche Sorge') had. De moeder was na echtscheiding in Zwitserland belast met het gezag, vergelijkbaar met het Nederlandse ouderlijk gezag. Na haar overlijden ontstond een gezagsvacuüm.
Verzoeker, die met de moeder was hertrouwd en met de minderjarige in gezinsverband leefde sinds 2008, vroeg om benoeming tot voogd. De vader van het kind was afwezig, woonde vermoedelijk in het buitenland, en had geen contact met het kind. De rechtbank stelde vast dat zij internationaal bevoegd was op grond van Brussel II-bis, omdat het kind in Nederland verbleef.
De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind het best gediend is met voortzetting van de verzorging en opvoeding in het gezin van verzoeker. Gezien het ontbreken van een testamentaire gezagsvoorziening en het feit dat de vader geen rol speelt, werd verzoeker benoemd tot voogd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wordt geregistreerd in het centrale gezagsregister.
Uitkomst: Verzoeker wordt benoemd tot voogd over de minderjarige na het ontstaan van een gezagsvacuüm door het overlijden van de moeder.