Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding, die niet is betekend; APG is vrijwillig in kort geding verschenen,
- de mondelinge behandeling van 28 mei 2015,
- de pleitnota van APG.
Rechtbank Limburg
In deze kortgedingprocedure vordert eiser betaling van een vertrekvergoeding van APG Groep N.V. op grond van een vaststellingsovereenkomst die een vertrekregeling bevat voor eiser als lid van de raad van bestuur.
APG weigert de volledige betaling en beroept zich op het overgangsrecht van artikel 125 Wet Pro op het financieel toezicht en de redelijkheid en billijkheid om tot eenzijdige herziening over te gaan. De voorzieningenrechter stelt vast dat de vaststellingsovereenkomst is aangegaan vóór 1 januari 2015 en dat de uitbetaling vóór 1 juli 2015 plaatsvindt, zodat het overgangsrecht niet van toepassing is.
Verder is geen formeel besluit van de raad van commissarissen genomen om de overeenkomst eenzijdig aan te passen. De voorzieningenrechter wijst het beroep op de corrigerende werking van redelijkheid en billijkheid af, omdat partijen deskundig waren en rekening hielden met het maatschappelijk debat.
De rechtbank veroordeelt APG tot betaling van de volledige vertrekvergoeding, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten. De vordering tot wettelijke verhoging wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: APG wordt veroordeeld tot betaling van de volledige vertrekvergoeding van €606.769,00 plus wettelijke rente en proceskosten.