Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlasteleggingen
- [slachtoffer 1] heeft belaagd, heeft bedreigd met de dood dan wel met zware mishandeling en [slachtoffer 1] heeft beledigd
- [slachtoffer 2] heeft bedreigd met de dood dan wel met zware mishandeling
- [slachtoffer 3] heeft bedreigd met de dood dan wel met zware mishandeling
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 23 juni 2015;
- de aangifte en klacht van [slachtoffer 1]
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 23 juni 2015;
- de aangifte en klacht van [slachtoffer 2]
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf de maatregel
- meldplicht,
- ambulante behandelverplichting voor zijn psychische problematiek bij het Forensisch FACT-team van Radix Mondriaan Heerlen of soortgelijke ambulante forensische zorg, met indien noodzakelijk een kortdurende (maximaal zeven weken) klinische opname in geval van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek;
- een verbod op gebruik van socialmedia;
- continueren van de reeds bestaande begeleiding van Radar.
8.De wettelijke voorschriften
9.De vorderingen tenuitvoerlegging voorwaardelijk opgelegde straf
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 118 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- beveelt dat de algemene en bijzondere voorwaarden, alsmede het door de reclassering uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;