Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [X] van Kredietbank Limburg.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde een verzoek van een schuldenaar tot toelating van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet. De schuldenaar had een minnelijk akkoord aangeboden waarbij hij gedurende 36 maanden een deel van zijn inkomen zou sparen en jaarlijks uitkeren aan schuldeisers. De grootste schuldeiser, Hoist Portfolio Holding Ltd., een buitenlandse partij die de vordering had overgenomen van een Nederlandse vennootschap, weigerde in te stemmen.
De rechtbank overwoog dat hoewel schuldeisers in beginsel hun medewerking mogen weigeren, de rechtbank kan bevelen tot instemming indien de weigering niet redelijk is. De belangen van schuldeiser, schuldenaar en overige schuldeisers werden afgewogen. De rechtbank concludeerde dat het aangeboden akkoord transparant, door een onafhankelijke partij getoetst en het maximaal haalbare was, mede omdat toelating tot een wettelijke schuldsaneringsregeling hogere kosten en lagere uitkering voor schuldeisers zou betekenen.
De rechtbank verwierp het verweer van de schuldeiser dat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan en dat de schuldenaar zijn arbeidsongeschiktheid onvoldoende had aangetoond. Tevens werd geoordeeld dat het dwangakkoord ook geldt ten opzichte van de buitenlandse schuldeiser en haar rechtsopvolgers, ondanks dat artikel 287a Fw niet onder de automatische erkenning van de Insolventieverordening valt.
Daarom werd de gedwongen schuldregeling toegewezen en werd de buitenlandse schuldeiser bevolen in te stemmen met het akkoord. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken door rechter M.J.A.G. van Baal op 14 januari 2015.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de buitenlandse schuldeiser in te stemmen met het dwangakkoord en wijst het verzoek tot toelating van het dwangakkoord toe.