Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
bij de rechter-commissarisvoor het eerst inhoudelijk verklaard. Hij heeft toen verklaard dat [slachtoffer] een schuld bij hem had, die hij jarenlang had laten rusten omdat [slachtoffer] geen geld had. Hij wist dat [slachtoffer] nu dealde en wel geld had. Daarom zou [slachtoffer] over de vereffening van de schuld komen praten. Op 25 januari 2014 is [slachtoffer] daarvoor naar de woning van verdachte, gelegen aan de [adres verdachte] te Sittard, gekomen. Verdachte en [slachtoffer] zaten beiden op de bank. Verdachte was bezig met het draaien van een jointje toen hij dacht gezien te hebben dat het knuppeltje dat onder de salontafel hing, weg was. Hij hoorde een geluid waaruit hij afleidde dat het knuppeltje tegen de tafel kwam. Hij dacht dat [slachtoffer] het knuppeltje had gepakt. Op dat moment stond [slachtoffer] op en
trok aan het oor van verdachte. Toen verdachte rechtop stond, nam [slachtoffer] hem in een armklem. Verdachte had op dat moment een mes met een ring eraan in handen. Zijn duim zat door de ring van het mes. Hij had het mes vast in de hand van de arm die [slachtoffer] vasthield. Zij stonden borst tegen borst en belandden in de gang. Daar zijn zij tweemaal gestruikeld. [slachtoffer] hing daarbij op een gegeven moment schuin achterover op de trap. [slachtoffer] hield verdachte nog steeds vast in de armklem. Later zijn zij buiten terecht gekomen. [slachtoffer] heeft zowel binnen als buiten gezegd: “je hebt me gestoken”. Verdachte heeft hem geantwoord dat hij niet had gestoken. Nadat zij naar binnen waren gegaan, zag verdachte dat [slachtoffer] een steekwond in de rug had, waarop verdachte is gaan reanimeren. [17]
het volgende (derde) verhoorheeft verdachte verklaard dat hij op 25 januari 2014 in de ochtend voor € 5,- één gram wiet had gekocht van [slachtoffer] . Hij kon vanwege zijn financiële situatie niet méér kopen. ’s Middags zou [slachtoffer] terug komen om te praten over geld dat hij nog schuldig was aan verdachte. Deze schuld bedroeg ongeveer € 350,-. ’s Middags heeft [slachtoffer] aangebeld bij de woning van verdachte. Nadat verdachte de deur had open gemaakt toen hij door de geribbelde ruit zag dat het [slachtoffer] was, heeft hij de deur op een kier gezet. Ze hebben elkaar vriendelijk begroet, [slachtoffer] liep achter verdachte aan naar binnen, naar de woonkamer. Beiden zijn in de woonkamer op de hoekbank gaan zitten, verdachte met de rug naar de muur, [slachtoffer] met de rug richting keuken. Omdat [slachtoffer] klaagde, stelde verdachte hem voor eerst een jointje te roken van de wiet die hij ’s morgens had gekocht. Omdat hij dikke vingers heeft, heeft hij een mes gepakt om het zakje te openen. Het was een flink mes met een ring. Hij had dit mes in zijn rechterhand vast, met de duim van zijn rechterhand door de ring van het mes. Het mes was 20 tot 25 centimeter lang.
bij zijn oor en kraagpakte en dat hij begon te vloeken. [slachtoffer] stond inmiddels rechtop en verdachte moest ook gaan staan omdat [slachtoffer] hem vast had. Zij stonden borst tegen borst. Hij dacht dat [slachtoffer] hem met het knuppeltje in zijn nek zou slaan. [slachtoffer] maakte een zwaaiende beweging met zijn rechterhand en had verdachte vast bij zijn rechterschouder. Verdachte weet niet meer of [slachtoffer] hem
eerst bij zijn oor of eerst bij zijn schouderheeft gepakt.
vierde verhoorheeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer] niet kende op deze agressieve manier. Hij heeft nog nooit gehoord dat [slachtoffer] met iemand ruzie maakte. Hij heeft verklaard dat ze een beetje gestruikeld zijn tegen de muur. Ze zijn weer in balans gekomen en hebben nog wat verder geworsteld. Verdachte kreeg zijn rechterarm vrij. Toen ze verder in de richting van de voordeur kwamen, is er weer een struikeling geweest. Hij hoorde dat [slachtoffer] riep dat hij was gestoken en dat hij de voordeur open maakte.
vijfde verhoorheeft verdachte aan zijn verklaring toegevoegd dat hij tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat hij hem gewoon moest geven wat zij hadden afgesproken, namelijk een bedrag van € 50,-.
een harde klap achter zijn rechteroorkreeg. Hij ging ervan uit dat de klap met de knuppel was gegeven, maar het kon ook met een vuist zijn geweest. Tijdens de klap schoof het mes over de tweede verdikking van de duim en kwam vast te zitten. [20]
reconstructieheeft verdachte verklaard dat hij op 25 januari 2014 hooguit één pilsje had gedronken en dat hij die dag om ongeveer 12.00 uur een joint had gerookt. Betreffende de lege blikken bier die in de keuken van verdachte zijn aangetroffen, heeft hij verklaard dat hij de avond tevoren een paar van deze blikken heeft leeggedronken.
een enorme knal achter zijn oor gegeven, waardoor verdachte
voorover tegen de tafel aan sloegen het mes over de dikste knokkel van de duim schoof. De klap achter het oor veroorzaakte pijn aan zijn hoofd, hij zag sterretjes. Ook heeft verdachte verklaard dat hij door de klap een
flinke zwellinghad. Hij weet niet waardoor de verwondingen op het gezicht van [slachtoffer] terecht zijn gekomen. Hij heeft gedemonstreerd dat hij toen hij met het mes in zijn rechterhand [slachtoffer] bij zijn linkerschouder/kraag vasthad, door [slachtoffer] in een armklem werd genomen, waardoor het mes op ongeveer schouderhoogte achter de rug van [slachtoffer] terechtkwam. Verder heeft verdachte verklaard dat zij in de gang niet zijn gevallen en dat hij [slachtoffer] naar buiten wilde werken. Ook heeft verdachte gesuggereerd dat zijn portemonnee, die op de salontafel zou hebben gelegen, mogelijk door [slachtoffer] zou zijn weggepakt. [21]
terechtzittingvan 9 juli 2015 heeft verdachte aanvullend verklaard dat hij de voordeur op een kier had gezet toen [slachtoffer] hem opbelde en aangaf dat hij er aan kwam. [slachtoffer] kon dus zonder te kloppen of te bellen bij hem naar binnen lopen terwijl verdachte zelf al binnen op de bank zat. Verdachte heeft verklaard die dag geen alcohol te hebben gedronken. Wel had hij een jointje gerookt van de wiet uit het wietzakje dat hij die ochtend van [slachtoffer] had gekocht. Het zakje heeft hij die ochtend met zijn nagel open gemaakt en weer dicht gemaakt bij de sluiting. Op het moment dat [slachtoffer] bij hem op de bank zat en hij het zakje wiet wilde opensnijden met het mes, gaf [slachtoffer] hem
een harde klap tegen het achterhoofd. Daarbij kwam het mes vast te zitten om de rechter duim van verdachte. Daarna hebben zij elkaar een paar klappen tegen het hoofd gegeven.
Ook begon [slachtoffer] te slaan, te schoppen en te spugen. Door de flinke klap die verdachte tegen het achterhoofd had gekregen, is hij verdwaasd geraakt en had hij een flinke bult achter het oor.
De verklaringen van de verdachte lopen uiteen, variërend van dat hij door [slachtoffer] toen hij werd aangevallen aan zijn oor is getrokken tot dat hij van [slachtoffer] een enorme klap met een vuist of daadwerkelijk met de knuppel achter zijn oor werd geslagen.
De rechtbank acht de verklaring van verdachte omtrent de knuppel dan ook ongeloofwaardig.
Verdachte heeft de agressie van [slachtoffer] bij de vermeende aanval steeds zwaarder beschreven. Ook dat maakt dat de rechtbank wat vorengenoemde punten betreft geen geloof hecht aan de verklaring van verdachte. In eerste instantie heeft verdachte immers verklaard dat [slachtoffer] hem bij een oor heeft gepakt, later heeft hij gezegd dat hij bij het oor en de kraag werd vastgepakt, daarna spreekt hij van een harde klap achter het oor en bij de reconstructie en ter terechtzitting heeft hij het over een flinke knal achter het oor waardoor hij een stevige zwelling heeft opgelopen, terwijl [slachtoffer] ook zou hebben geslagen, geschopt en gespuugd. Niet is geconstateerd dat verdachte letsel had opgelopen op 25 januari 2014.
Het mes is tijdens de worsteling steeds ongericht en ongecontroleerd in verdachtes rechterhand geweest, terwijl verdachte, zoals hij heeft verklaard en bij de reconstructie heeft getoond, het slachtoffer steeds op schouderhoogte met zijn hand met het mes erin vasthield, waarbij ze borst tegen borst stonden. Het mes was tijdens de worsteling derhalve dicht bij de hals en borststreek van het slachtoffer. De rechtbank is van oordeel dat verdachtes verklaring wat dit betreft kan worden gevolgd, omdat later buiten door de getuigen [getuige 2] en [getuige 1] is gezien dat verdachte toen hij met het slachtoffer naar buiten kwam, het slachtoffer bij diens schouder vasthad met in zijn rechterhand het mes en dat ook bleef doen toen het slachtoffer weg wilde van verdachte.
Verdachte heeft aangegeven dat zijn hand met het mes er in, op enig moment achter de rug van het slachtoffer terecht is gekomen, omdat het slachtoffer de rechterarm van verdachte afblokte, in een armklem nam. Ook dit onderdeel van de verklaring van verdachte acht de rechtbank aannemelijk, nu het slachtoffer uiteindelijk ook in de rug is gestoken en ook heeft geroepen dat hij door de verdachte is gestoken.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
40 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een
proeftijd van 2 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;