Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 juli 2015
- de akte overlegging producties aan de zijde van [eiser]
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 600,00
Rechtbank Limburg
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van een woning die na beëindiging van de huurovereenkomst door betrokkene zonder recht wordt bewoond. Daarnaast vordert eiser betaling van achterstallige huur, een maandelijkse gebruiksvergoeding vanaf het einde van de huurovereenkomst en een schadevergoeding.
De huurovereenkomst tussen eiser en betrokkene eindigde per 1 april 2015. Betrokkene bleef echter in de woning verblijven zonder recht of titel. Gedaagde, als bewindvoerder van betrokkene, erkent de huurachterstand en het onrechtmatig verblijf, maar betwist de aansprakelijkheid voor de schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een voortdurende inbreuk op het eigendomsrecht van eiser en dat het spoedeisend belang voor ontruiming aanwezig is. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen, evenals de betaling van de huurachterstand en de gebruiksvergoeding. De gevorderde machtiging om zelf de ontruiming uit te voeren wordt afgewezen omdat dit exclusief tot de bevoegdheid van de deurwaarder behoort. De schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van €650 aan achterstallige huur vermeerderd met wettelijke rente, en een gebruiksvergoeding van €650 per maand vanaf 1 april 2015. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en betaling van huurachterstand en gebruiksvergoeding, schadevergoeding wordt afgewezen.