Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
verhaal gaan halen’. Daartoe heeft hij die auto klemgereden. Daarna heeft hij de auto, waarvan de bestuurder de portieren uit angst had afgesloten, beschadigd door met een sleutel tegen het raam van het bestuurdersportier te slaan en tegen het bestuurdersportier te schoppen. Ook dit getuigt van het bestaan van een mentaliteit bij de verdachte welke een duidelijke correctie behoeft.
7.Debenadeeldepartijenendeschadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissingen
- verklaart het onder 1. primair en onder 2. aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert, zoals deze hierboven onder 4 zijn omschreven;
- verklaart de verdachte daardoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feit 1 primair en feit 2 tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf
- ontzegt de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 5 jaren;
- bepaalt dat de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip waarop de ontzegging tot het besturen van motorrijtuigen ingaat, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van deze ontzegging geheel in mindering wordt gebracht;
[Naam benadeelde partij 1], wonende te [Plaatsnaam 1] , ten aanzien van feit 1 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen €
18.271,14, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 20 december 2013 tot aan
- bepaalt dat de benadeelde [Naam benadeelde partij 1] ten aanzien van de post immateriële schade niet ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij dit gedeelte van zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten van het geding, waaronder mede te begrijpen de kosten van de tenuitvoerlegging van het vonnis, tegen [Naam benadeelde partij 1] en begroot deze kosten tot aan dit vonnis op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer,
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde
- veroordeelt [Naam benadeelde partij 2] in de kosten van het geding tegen de verdachte, tot aan dit vonnis begroot op nihil;
- bepaalt dat de benadeelde
- veroordeelt [Naam benadeelde partij 3] in de kosten van het geding tegen de verdachte, tot aan dit vonnis begroot op nihil.