Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 september 2015 in de zaak tussen
[naam] , te [woonplaats] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 september 2015.
Rechtbank Limburg
Verzoeker, die sinds juni 2014 een Ziektewet-uitkering ontving, kreeg deze per 18 juli 2015 beëindigd omdat hij geacht werd meer dan 65% van zijn oude loon te kunnen verdienen. Hij maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitkering te hervatten.
Verzoeker stelde dat hij door een ongeluk zijn linkerarm niet kan gebruiken en daardoor arbeidsongeschikt is. Hij betoogde dat de functies waarvoor hij geschikt werd geacht niet haalbaar zijn en dat verweerder onvoldoende medisch onderzoek had gedaan. Hij ontving inmiddels een WW-uitkering, maar werd niet ontheven van de sollicitatieplicht, wat volgens hem onredelijk is gezien zijn arbeidsongeschiktheid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat voor het treffen van een voorlopige voorziening spoedeisend belang vereist is, doorgaans alleen aanwezig bij acute financiële nood die niet anders kan worden opgeheven. Omdat verzoeker een WW-uitkering ontvangt en de mogelijke toekomstige korting daarop onzeker is, ontbrak het aan spoedeisend belang. Tevens kan verzoeker zich beschikbaar stellen voor werk om problemen te voorkomen.
Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.