Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
- de inhoud van het hem betreffende strafblad, waaruit blijkt dat hij niet eerder met politie of justitie in aanraking is geweest;
- het door de reclassering over verdachte opgemaakt rapport d.d. 31 augustus 2015, waaruit blijkt dat het recidiverisico als laag wordt ingeschat, nu verdachte inmiddels is gepensioneerd en niet meer werkzaam is bij het Bonnefanten Museum;
- de leeftijd van verdachte (66 jaar).
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren;
- bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
- wijst de vordering van de hierna genoemde benadeelde partij ten aanzien van feit 1 (primair) toe;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij Stichting Provinciaal Museum Limburg (Het Bonnefanten Museum), gevestigd te Maastricht, te betalen een bedrag van € 65.064,82, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 31 december 2012 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op een bedrag van € 3.768,00;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Stichting Provinciaal Museum Limburg (Het Bonnefanten Museum), van een bedrag van € 65.064,32, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 335 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 31 december 2012 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.