Eiseres verzocht de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) om bij de vaststelling van haar aanvullende beurs het inkomen van haar vader buiten beschouwing te laten, vanwege een langdurig en ernstig verstoorde relatie. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat er sprake was van wezenlijk contact en geen fundamenteel conflict zoals bedoeld in het Besluit studiefinanciering 2000 (Bsf 2000).
Eiseres stelde dat er sinds haar twaalfde levensjaar geen wezenlijk contact was geweest en dat het contact vanaf haar achttiende jaar slechts zakelijk en sporadisch was, voornamelijk in verband met alimentatierechtzaken. Zij overlegde verklaringen van haar huidige en voormalige huisartsen ter onderbouwing van haar stellingen. Verweerder vond dat eiseres niet voldeed aan de bewijsopdracht, omdat geen deskundigenverklaring was overlegd.
De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk sprake was van een langdurig en ernstig conflict, dat verder ging dan een louter financieel geschil. Het contact was minimaal en zakelijk, en het bestaan van eiseres was jarenlang ontkend door haar vader. De rechtbank vond dat verweerder niet redelijk had geoordeeld en dat eiseres niet kon worden verplicht een deskundigenverklaring te overleggen. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.