ECLI:NL:RBLIM:2015:8425
Rechtbank Limburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bewindvoerder vordert ontruiming en uitschrijving wegens onrechtmatig verblijf en schade aan schuldsanering
De rechtbank Limburg behandelde een kort geding waarin de bewindvoerder namens de onderbewindgestelde partij vorderde dat gedaagde, die zonder recht of titel in de woning van de onderbewindgestelde verbleef en ook op dat adres stond ingeschreven, zou worden ontruimd en uitgeschreven uit de gemeentelijke basisadministratie. De bewindvoerder stelde dat de inwoning van gedaagde leidde tot een verlaging van door de onderbewindgestelde ontvangen overheidsgelden, waardoor het schuldsaneringstraject (WSNP) in gevaar kwam.
De rechtbank oordeelde dat de bewindvoerder ontvankelijk was in haar vorderingen, aangezien zij het beheer over de onder bewind gestelde goederen voert en formele procespartij is. Er werd geoordeeld dat er een spoedeisend belang bestond bij ontruiming en uitschrijving, omdat voortzetting van de situatie het schuldsaneringstraject zou kunnen beëindigen.
Hoewel gedaagde erkende zonder recht in de woning te verblijven, vond de rechtbank dat vanwege haar persoonlijke omstandigheden een ruimere termijn voor het vinden van vervangende woonruimte gerechtvaardigd was. Daarom werd bepaald dat ontruiming en uitschrijving uiterlijk 31 december 2015 moesten plaatsvinden. De gevorderde dwangsom voor ontruiming werd afgewezen, maar voor uitschrijving werd een gematigde dwangsom van €50 per dag met een maximum van €1.000 opgelegd.
De geldvorderingen wegens schadevergoeding werden afgewezen omdat het bestaan en de omvang daarvan onvoldoende aannemelijk waren gemaakt. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde moet uiterlijk 31 december 2015 de woning ontruimen en zich uitschrijven, overige vorderingen worden afgewezen.