ECLI:NL:RBLIM:2015:8505
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenhang en proceskostenvergoeding in bezwaar tegen WOZ-waarde
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak en een proceskostenvergoeding gevraagd. Verweerder stelde dat de zaak samenhangt met een ander bezwaar tegen een vergelijkbare woning in dezelfde gemeente, waardoor de proceskostenvergoeding zou moeten worden gedeeld.
De rechtbank overweegt dat samenhang in de zin van artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht vereist dat de werkzaamheden nagenoeg identiek zijn en dat de bezwaren gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig worden behandeld. Omdat er geen hoorzitting heeft plaatsgevonden, is gelijktijdige behandeling niet vereist. De inhoud van de bezwaarschriften en de individuele beoordeling van de WOZ-waarden tonen aan dat de werkzaamheden niet nagenoeg identiek waren.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover de proceskostenvergoeding is gehalveerd en stelt deze vast op het volledige bedrag van €244. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van de kosten van de beroepsprocedure en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank stelt de proceskostenvergoeding vast op €244 en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.