Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2015:8658

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 oktober 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
AWB - 15 _ 446uverzet
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • P.J.M. Bruijnzeels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep UWV wegens niet-ontvangen aangetekende stukken

Opposante heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden van beroep niet waren ingediend. Opposante stelde dat zij de aangetekende brief waarin de rechtbank om deze gronden vroeg, evenals de aangetekende uitspraak, niet had ontvangen en ook geen afhaalbericht had ontvangen. De rechtbank stelde vast dat de aangetekende stukken niet waren bezorgd en retour waren gekomen met de mededeling niet afgehaald.

De rechtbank oordeelde dat het beroep ten onrechte zonder zitting was afgedaan en dat de verzetzaak gegrond was. Hierdoor vervalt de eerdere buiten-zittinguitspraak en wordt het onderzoek hervat in de stand van voor die uitspraak. Opposante krijgt alsnog de gelegenheid om de gronden van beroep in te dienen.

Daarnaast veroordeelde de rechtbank het UWV tot betaling van de proceskosten van opposante, vastgesteld op €490,00. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en het UWV is veroordeeld in de proceskosten van opposante.

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Maastricht
Bestuursrecht
Zaaknummer: ROE 15/446 V

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2015 op het verzet van

[naam], te Maastricht, opposante

(gemachtigde: mr. A.S. van Gans).

Procesverloop

Opposante heeft tegen de beslissing op bezwaar van de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV) van 7 januari 2015 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 26 maart 2015 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2015. Opposante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, het UWV is niet verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposante de gronden van beroep niet heeft ingediend.
2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
3. Opposante voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat ze de aangetekende brief (van 16 februari 2015), waarmee de rechtbank de gronden heeft opgevraagd, niet heeft ontvangen. Een afhaalbericht over deze brief heeft ze evenmin ontvangen. Hetzelfde geldt voor de aangetekend verzonden uitspraak van 26 maart 2015. De gemachtigde van opposante heeft meer problemen met de bezorging van aangetekende stukken. Hij heeft bij het verzetschrift stukken gevoegd waaruit dit blijkt. Opposante kent de mogelijke gevolgen van het niet afhalen van aangetekende stukken en zou daartoe ook zeker zijn overgegaan als ze een afhaalbericht had ontvangen. Daarnaast is opposante van mening dat de rechtbank, in ieder geval na het retour komen ervan, aangetekende brieven ook per gewone post moet verzenden.
4. De rechtbank stelt vast dat opposante al voor het doen van verzet twee brieven naar de rechtbank heeft gezonden waaruit in het eerste geval volgt dat zij de aangetekende brief van 16 februari 2015 en in het tweede geval dat zij de aangetekend verzonden uitspraak van 26 maart 2015 niet heeft ontvangen. Deze brieven in combinatie met de in verzet overgelegde stukken en het gestelde ter zitting leiden de rechtbank tot het oordeel dat, ondanks de aangetekende verzending, voormelde brieven opposante niet hebben bereikt en zij ook geen afhaalbericht heeft ontvangen.
5. De brief van 16 februari 2015 is op 13 maart 2015 retour gekomen bij de rechtbank met de mededeling niet afgehaald. De rechtbank heeft deze brief niet meer per gewone post verzonden omdat de reactietermijn als was verstreken op het moment dat dit mogelijk was. De uitspraak van 26 maart 2015 is op 21 april 2015 met dezelfde mededeling retour gekomen. Een dag later is de uitspraak per gewone post verzonden.
6. Uit wat opposante heeft aangevoerd, volgt dat de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, niet-ontvankelijk was en de zaak ten onrechte zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan. Opposante zal alsnog in de gelegenheid worden gesteld de gronden van beroep in te dienen.
7. De rechtbank veroordeelt het UWV in de door opposante gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 490,00 (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift en 0,5 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 490,00 en een wegingsfactor 1).
8. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat opposante ook zonder dat de rechtbank daartoe een termijn heeft verstrekt tot indiening van de gronden over het kunnen gaan. Uit de procesregeling bestuursrecht kan opposante afleiden dat ze daarvoor in ieder geval vier weken de tijd heeft gerekend vanaf het verzenden van het beroepschrift.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het verzet gegrond;
  • veroordeelt het UWV in de proceskosten van opposante tot een bedrag van € 490,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Bruijnzeels, rechter, in aanwezigheid van J.W.J.M. van Rijt, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2015.
w.g. J. van Rijt
w.g. P. Bruijnzeels
Voor eensluidend afschrift:
de griffier,
Afschrift verzonden aan partijen in de bodemzaak op: 16 oktober 2015

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.