Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser 1],
[eiser 2],
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
a) Belvi N.V.
8.027,50(2,5 punten × tarief € 3.211,00)
Rechtbank Limburg
De curatoren in faillissementen van meerdere vennootschappen stelden dat gedaagde als derde betrokken was bij onrechtmatige selectieve betalingen die de gezamenlijke schuldeisers benadeelden. Zij baseerden hun vordering op onrechtmatige daad en verwezen naar jurisprudentie waarin derden aansprakelijk kunnen worden gesteld voor betrokkenheid bij benadeling van schuldeisers.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde geen feitelijk bestuurder was en dat de curatoren onvoldoende concrete feiten en bewijs hadden gesteld die aantonen dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld. Betalingen aan pensioenvennootschappen en gelieerde ondernemingen werden beoordeeld, maar onvoldoende onderbouwd als onrechtmatig of als toerekenbaar aan gedaagde.
De rechtbank verwierp ook de stelling dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door het accepteren van pensioenbetalingen en het ontvangen van gelden via gelieerde ondernemingen. De curatoren konden niet aantonen dat gedaagde een norm heeft geschonden of onrechtmatig voordeel heeft genoten.
De vorderingen werden daarom afgewezen en de curatoren werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt dat aansprakelijkheid van derden in faillissementen hoge bewijsvereisten kent en dat onrechtmatige daad grondig moet worden onderbouwd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curatoren af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen van gedaagde als derde.