Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 22 oktober 2015
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- de akte overlegging producties van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie]
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over de nakoming van een huurovereenkomst van een woning in Maastricht. De verhuurder vorderde ontruiming wegens vermeende tekortkomingen van de huurder, waaronder betalingsachterstanden en het niet meewerken aan herstelwerkzaamheden. De huurder vorderde in reconventie herstel van gebreken en compensatie voor huurprijsvermindering en schade.
De rechtbank oordeelt dat ondanks een verstoorde verhouding tussen partijen, dit niet voldoende is om ontruiming te rechtvaardigen. De verhuurder heeft geen nieuwe omstandigheden aangevoerd die de eerdere afwijzing van ontbinding in de bodemprocedure rechtvaardigen. De huurcommissie had de huurprijs tijdelijk verlaagd vanwege gebreken, maar de binding aan die uitspraak was komen te vervallen door het instellen van een gerechtelijke procedure.
De vorderingen tot betaling van achterstallige huur en servicekosten worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid. De vordering tot herstel van gebreken is onvoldoende concreet geformuleerd om toewijzing mogelijk te maken. Ook is er geen bewijs van misbruik van bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheden door de huurder. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontruimingsvordering en geldvorderingen af en veroordeelt partijen in de proceskosten.