ECLI:NL:RBLIM:2016:10389
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken bewijs van heling en witwassen van verduisterde geldbedragen
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van heling en witwassen van geldbedragen die zijn echtgenote zou hebben verduisterd van haar moeder en broer. De zaak werd behandeld op drie zittingen waarbij zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten presenteerden.
De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van opzetheling, stellende dat verdachte door zijn administratieve rol op de hoogte was van de verduistering. De verdediging betoogde dat niet bewezen kon worden dat de geldbedragen van een misdrijf afkomstig waren en dat verdachte, indien al betrokken, als medepleger van verduistering moest worden aangemerkt en niet als heler of witwasser.
De rechtbank sprak medeverdachte vrij van verduistering en concludeerde dat niet anderszins kon worden vastgesteld dat de geldbedragen van enig misdrijf afkomstig waren. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van heling en witwassen. De vorderingen van de benadeelde partijen werden afgewezen wegens het ontbreken van een veroordeling. De rechtbank veroordeelde verdachte niet in kosten en stelde deze op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van heling en witwassen wegens ontbreken van bewijs dat de geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn.