ECLI:NL:RBLIM:2016:10394
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van verduistering van geldbedragen door gemachtigde
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van verduistering van geldbedragen van haar moeder en broer in de periode van februari 2011 tot mei 2014. De officier van justitie stelde dat verdachte zonder toestemming geld van de rekeningen van haar moeder en broer had afgehaald en voor zichzelf had gebruikt. De verdediging betoogde dat verdachte met toestemming handelde en het geld ten nutte van de aangevers werd besteed of in bewaring werd gehouden.
Tijdens de zittingen bleek dat de verklaringen van de aangevers onduidelijk waren, mede door hun hoge leeftijd en begeleiding door familieleden bij de aangifte. Verdachte verklaarde dat alle transacties met toestemming en in overleg met haar moeder en broer waren verricht, wat werd ondersteund door het feit dat de aangevers steeds inzage hadden in hun bankafschriften.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs was geleverd dat verdachte zonder toestemming handelde en het geld voor zichzelf gebruikte. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde. Tevens werden de vorderingen van de benadeelde partijen afgewezen wegens het ontbreken van een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijke toe-eigening van geldbedragen.