Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnota van [eiseres] ;
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.Het geschil
3.De beoordeling
816,00;
30 november 2016. [1]
Rechtbank Limburg
Eiseres vordert een verbod voor gedaagde, advocaat, om op te treden tegen haar ex-man in een kort geding over de verkoop van de voormalige echtelijke woning. Eiseres baseert haar vordering op artikel 7 leden Pro 4 en 5 van de gedragsregels voor advocaten, die het optreden tegen een (voormalige) cliënt verbieden tenzij aan uitzonderingen is voldaan.
De rechtbank stelt vast dat eiseres in 2011 een vrijblijvend intakegesprek had met gedaagde, waarbij delen van het echtscheidingsdossier zijn besproken. Dit maakt eiseres volgens de ratio van artikel 7 een Pro voormalig cliënt, ook al is er geen opdracht tot bijstand gegeven. De gedragsregel is bedoeld om misbruik van vertrouwelijke informatie te voorkomen.
De voorzieningenrechter onderzoekt vervolgens of de uitzonderingen van lid 5 van artikel 7 van Pro toepassing zijn. Gedaagde betwist dat de besproken informatie dezelfde kwestie betreft als de huidige procedure en dat hij over vertrouwelijke informatie beschikt die relevant is voor de huidige zaak. Eiseres heeft dit niet concreet onderbouwd. Ook zijn er geen redelijke bezwaren tegen het optreden van gedaagde.
De rechtbank concludeert dat niet aannemelijk is dat gedaagde in strijd met de gedragsregels heeft gehandeld en wijst de vordering af. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukt terughoudendheid bij het opleggen van kostenveroordelingen om het recht op toegang tot de rechter te waarborgen.
Uitkomst: De vordering tot verbod op optreden van de advocaat wordt afgewezen wegens ontbreken van strijd met de gedragsregels.