Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
1727blikjes kaviaar zijn gekocht bij Import & Export
- op 15 maart 2007
- op 10 december 2007
- op 10 oktober 2008
- op 1 april 2008
- en op 3 december 2009
€ 60.100,-kaviaar gekocht bij Import & Export [H.L.] B.V (zie DD-80). [2]
2378blikjes kaviaar verkocht. Onder meer zijn er in of omstreeks maart 2007 aan restaurant [naam restaurant 2]
8blikjes [naam restaurant 1] kaviaar (30 gr); in of omstreeks juni 2008 aan [bedrijf]
10blikjes [naam kaviaar 3] kaviaar (30 gr); in of omstreeks december 2008 aan Brasserie [naam brasserie 2] / [naam brasserie 3]
8blikjes [naam ka kaviaar] kaviaar (30 gr); in of omstreeks april 2009 aan Brasserie [naam brasserie 2] / [naam brasserie 3]
15blikjes [naam ka kaviaar] kaviaar (30 gr); en in of omstreeks november 2009 aan [bedrijf]
13blikjes [naam ka kaviaar] kaviaar (30 gr) verkocht.
2378blikjes kaviaar zijn verkocht. Hij bevestigt desgevraagd dat de afnemers op de uitdraai (DD-68) de klanten waren van [verdacht bedrijf 1] en [verdacht bedrijf 2]
artikel 13, vierde lid van de Flora- en faunawet, gelden, met uitzondering van het verbod op het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
de in het eerste lid bedoelde verboden nietten aanzien van, voor zover hier relevant, dieren of eieren van dieren behorende tot een beschermde uitheemse diersoort, die is
aangewezen om redenen als bedoeld in artikel 5 eerste Pro lid, onderdeel b, indien kan worden
aangetoond,dat zij, onder meer,
overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaaldein Nederland zijn gebracht.
aangetoonddat betreffende specimens overeenkomstig het
bij of krachtens de wet bepaalde én met inachtneming van de basisverordening én uitvoeringsverordeningin Nederland zijn ingebracht of verkregen.”
voor zover voldaan is aan de krachtens artikel 18 van Pro het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoortengeldende regels. In artikel 18 van Pro voornoemd Besluit is bepaald dat bij ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld over het
voeren van een administratie en verstrekken van gegevensmet betrekking tot het onder zich hebben, ontvangen, verkopen, ten verkoop voorradig of voorhanden hebben en afleveren van, voor zover hier relevant, dieren, dan wel producten of eieren van die dieren. De “Regeling administratie bezit van en handel in beschermde dier- en plantensoorten” stelt vervolgens
specifieke eisen waaraan een dergelijke administratie dient te voldoen.
aantoonbaar overeenkomstig de in een Lidstaat geldende wetgeving en met inachtneming van de basisverordening en uitvoeringsverordeningzijn verkregen.”
handelin de soorten genoemd in bijlage B
verbodenis, behalve
indien ten genoegen van de bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat is aangetoond, dat die specimens verkregen werden en, indien zij niet uit de Gemeenschap afkomstig zijn, daarin werden binnengebracht
overeenkomstig de geldende wetgevinginzake de instandhouding van de, voor zover hier relevant, wilde fauna.
commerciële handelingen en overdracht van kaviaarvoor zover het gaat om “overige steurachtigen” als bedoeld in bijlage B van de CITES-(basis)verordening
binnen Nederland en binnen de EUtoegestaan zijn (en geen certificaat nodig vereist is),
mits deze kaviaar aantoonbaar legaal is verworven. Aantonen dat de kaviaar
legaal verworvenis, houdt in dat degene die de goederen in bezit of verhandeld heeft, de legale status moet kunnen aantonen. Dit brengt mee dat ook de afnemer van kaviaar een verklaring van de leverancier moet krijgen over de herkomst van de kaviaar. De legale status kan onder meer worden aangetoond doordat de steur aantoonbaar in de EU is gekweekt. Als de kaviaar is ingevoerd vanuit een land buiten de EU dan kan de legale status aangetoond worden door een kopie van een door de douane afgetekende invoervergunning. In ieder geval moet een deugdelijke administratie over het verhandelde worden bijgehouden overeenkomstig de eisen van de wet.
legaal is verworven. Het enkele, min of meer blind, vertrouwen op hun handelspartner(s), zoals [verdacht bedrijf 1] en [verdacht bedrijf 2] zeggen te hebben gedaan, is daarvoor volstrekt onvoldoende. Dat de bedrijven de codes op de verpakkingen zouden hebben gecontroleerd, is niet aannemelijk geworden en bovendien kan dat niet gelden als
aantonen dat de kaviaar legaal is verworven. Dat betekent dat [verdacht bedrijf 1] en [verdacht bedrijf 2] zich schuldig hebben gemaakt aan verboden handel in kaviaar.
feitelijk leiding geven aan de bewezen verklaarde verboden gedragingen van de rechtspersoon.Het aan hem ten laste gelegde feitelijk leiding geven acht de rechtbank eveneens wettelijk en overtuigend bewezen.
en in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 voor een bedrag van 60.100,00 euro (contante inkopen) gekocht;
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
8.De wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 47, 51 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
- 5 en 13 van de Flora- en faunawet;
- 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet;
- 10 van de Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet;
- Verordening (EG) nr. 338/97, artikel 8 en Pro bijlage B.
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.