Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 december 2016 in de zaken tussen
1.[eiseres 1], te [woonplaats 1],
[eiseres 2], te [woonplaats 2],
[eiseres 3], te [woonplaats 3],
[eiser 1], te [woonplaats 4],
[eiser 2], te [woonplaats 5],
[eiseres 4], te [woonplaats 1],
[eiser 3], te [woonplaats 1],
[eiseres 5], te [woonplaats 6],
Procesverloop
Overwegingen
Gelet op het voorgaande is de rechtbank daarom van oordeel dat verweerder niet heeft kunnen volstaan met de conclusie dat de in artikel 14 van Pro het bezoldigingsreglement opgenomen uitlooptoelage niet valt onder het nieuwe hoofdstuk 3 van de CAR. De hiervoor onder rechtsoverweging 11 geformuleerde vraag dient dan ook ontkennend te worden beantwoord.
.Eisers hebben de rechtbank verzocht om in geval van gegrondverklaring van het beroep verweerder te veroordelen tot vergoeding van de schade die eisers lijden dan wel zullen gaan lijden ten gevolge van de onrechtmatigheid van de bestreden besluiten van verweerder.
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- herroept de primaire besluiten;
- draagt verweerder op om binnen drie maanden na de dag van verzending van deze uitspraak met terugwerkende kracht een uitloopschaal in hoofdstuk 3 van de arbeidsvoorwaardenregeling vast te leggen conform artikel 3:7 van Pro de CAR;
- wijst het verzoek om schadevergoeding toe, zoals onder rechtsoverweging 17 is vermeld;
.