Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
.
Rechtbank Limburg
De vrouw heeft bij de rechtbank Limburg een verzoek tot echtscheiding ingediend, omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht en de man sinds 2007 onder onopgehelderde omstandigheden is verdwenen. De man heeft geen verweerschrift ingediend en is niet verschenen op de zitting. De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is op het verzoek tot echtscheiding.
De vrouw heeft geen ouderschapsplan kunnen overleggen, omdat de man niet bereikbaar is en vermoedelijk niet meer in leven is. De rechtbank accepteert dit en verklaart het verzoek tot echtscheiding ontvankelijk en zal dit toewijzen. Daarnaast verzoekt de vrouw het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen toe te kennen, aangezien de man niet in staat is het gezag uit te oefenen.
De rechtbank bevestigt dat de vrouw reeds feitelijk het gezag over de drie oudere minderjarige kinderen en het jongste kind uit een nieuwe relatie uitoefent. Gezien de onbekende verblijfplaats en vermoedelijke dood van de man, wijkt de rechtbank af van het uitgangspunt van gezamenlijk gezag na echtscheiding en kent zij het eenhoofdig gezag toe aan de vrouw. Het verzoek om hoofdverblijfplaats vast te stellen wordt afgewezen omdat de vrouw als gezaghebbende ouder dit reeds bepaalt.
De echtscheiding wordt uitgesproken en het eenhoofdig gezag aan de vrouw toegekend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken en eenhoofdig gezag over minderjarige kinderen toegekend aan de vrouw wegens onbekende verblijfplaats van de man.