Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
verzoeker;
Rechtbank Limburg
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. W.E. Elzinga, rechter in de rechtbank Limburg, omdat hij meende dat de rechter partijdig was door het organiseren van een bezichtiging zonder bewijs.
Het verzoek tot wraking werd op 23 augustus 2016 ontvangen, terwijl het vonnis waarop het verzoek betrekking had op 8 juni 2016 was gewezen. Verzoeker gaf aan het vonnis enkele dagen na 8 juni te hebben ontvangen en tijd nodig te hebben gehad om te besluiten tot wraking. De rechtbank oordeelde echter dat het tijdsverloop tussen het bekend worden van de feiten en het indienen van het verzoek te groot was, waardoor het verzoek niet tijdig was ingediend.
De wrakingskamer stelde vast dat het verzoek niet ontvankelijk was vanwege deze overschrijding van de termijn. Daarnaast werd opgemerkt dat het aangevoerde argument een procesbeslissing betrof en geen geldige grond voor wraking vormde. Er waren geen feiten of omstandigheden gesteld die een gegronde vrees voor vooringenomenheid van de rechter konden rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het verzoek tot wraking daarom niet ontvankelijk en wees het af. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2016.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd niet ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening en gebrek aan gegronde feiten voor partijdigheid.