ECLI:NL:RBLIM:2016:11613
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en verrekening huwelijkse voorwaarden bij scheiding
De rechtbank Limburg behandelde een civiele zaak over de verrekening van netto inkomsten uit arbeid tussen man en vrouw op grond van hun huwelijkse voorwaarden. De man voerde aan dat partijen uitvoering hadden gegeven aan het verrekenbeding, ondanks het ontbreken van jaarlijkse verrekening. Hij leverde diverse overzichten, bankafschriften en belastingpapieren over een periode van bijna 27 jaar, maar kon niet aantonen dat de berekeningen van netto-inkomsten volledig correct waren, mede door het ontbreken van definitieve belastingaanslagen en onduidelijkheid over gemeenschappelijke huishoudkosten. De vrouw betwistte de juistheid van de door man overgelegde bewijsstukken en stelde dat hij belangrijke betalingen niet had meegenomen.
De rechtbank concludeerde dat de man onvoldoende bewijs had geleverd om zijn primaire verzoek tot afwijzing van verrekenvorderingen te steunen. Daarom werd het beroep op de tenzij-clausule van artikel 1:141 lid 3 BW Pro deels gehonoreerd, waarbij vermogen dat partijen op de peildatum hadden wordt vermoed te zijn gevormd door overgespaard inkomen uit arbeid, tenzij anders aannemelijk wordt gemaakt. De man slaagde erin aan te tonen dat bepaalde panden en erfenissen buiten de verrekening moeten blijven, omdat deze uit niet te verrekenen privévermogen waren gefinancierd. Andere bezittingen, zoals een beleggingspand in Spanje en kapitaalpolissen, dienen wel in de verrekening te worden betrokken.
Verder werd vastgesteld dat de tijdens het huwelijk opgebouwde aanspraken op ouderdoms- en nabestaandenpensioen niet zullen worden verevend, conform artikel 13 van Pro de huwelijkse voorwaarden. De verdeling van de gemeenschappelijke inboedel werd grotendeels toegewezen conform de stellingen van partijen, met enkele specifieke toewijzingen om de verdeling gelijkwaardiger te maken. De rechtbank hield verdere beslissing aan en gaf partijen termijnen voor het aanleveren van aanvullende financiële gegevens en reacties.
Uitkomst: Het primaire verzoek van de man tot afwijzing van verrekenvorderingen wordt afgewezen, tenzij-clausule wordt deels toegepast, pensioenrechten worden niet verevend en de inboedel wordt verdeeld conform beschikking.