ECLI:NL:RBLIM:2016:11627

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
21 september 2016
Publicatiedatum
23 mei 2017
Zaaknummer
4783728 \ CV EXPL 16-1300
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewijsopdracht inzake opdracht en facturering verklaring van erfrecht

Eiser heeft aan de notaris opdracht gegeven voor het opmaken van een verklaring van erfrecht, met een schriftelijke overeenkomst waarin een honorarium van €508 is vermeld. Eiser ontkent dat hij opdracht heeft gegeven voor de gefactureerde aanvullende advieswerkzaamheden en vordert terugbetaling van een bedrag van €3.248,07, vermeerderd met rente en kosten. De notaris vordert betaling van een bedrag van €2.281,13 en stelt dat er sprake is van deel- en vervolgopdrachten.

De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende bewijs is geleverd voor de opdracht tot extra werkzaamheden en dat het niet vanzelfsprekend is dat deze werkzaamheden in opdracht van eiser zijn uitgevoerd. Daarom wordt de notaris toegelaten tot bewijslevering van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat eiser op de hoogte is gesteld van de extra werkzaamheden, de financiële gevolgen daarvan en dat hij opdracht heeft gegeven voor deze werkzaamheden.

De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering, waarbij getuigenverhoren kunnen plaatsvinden, en verdere beslissingen worden uitgesteld. Indien de notaris geen bewijs levert, zal de zaak op vonnis worden gesteld.

Uitkomst: De kantonrechter staat bewijslevering toe over de opdracht en facturering en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 4783728 \ CV EXPL 16-1300
Vonnis van de kantonrechter van 21 september 2016
in de zaak van:
[eisende partij],
wonend [adres eisende partij] ,
[woonplaats eisende partij] ,
eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,
gemachtigde DAS Rechtsbijstand,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] NOTARISSEN B.V.,
gevestigd te Maastricht-Airport,
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
gemachtigde mr. P.W.A.M. van Roy.
Partijen zullen hierna [eisende partij] en [X] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
  • de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie
  • de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie
  • de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eisende partij] heeft in verband met het overlijden van zijn echtgenote [X] benaderd voor het opstellen van een verklaring van erfrecht. Op 6 februari 2013 heeft [eisende partij] aan [X] opdracht gegeven voor het opmaken van een verklaring van erfrecht. De opdracht is schriftelijk vastgelegd (productie 2 bij dagvaarding). In de overeenkomst van opdracht is onder het kopje “3. Kosten” vermeld dat de opdrachtgever aan de notaris een honorarium verschuldigd is van € 508,00 inclusief btw en verschotten exclusief legeskosten. De overige onderdelen van “3. Kosten” zijn niet aangekruist noch ingevuld

3.Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.
[eisende partij] vordert – samengevat – primair veroordeling van [X] tot betaling van € 3.687,88, vermeerderd met rente en kosten en subsidiair een redelijke prijs te bepalen voor de door [X] uitgevoerde werkzaamheden met veroordeling van [X] tot betaling van het verschil tussen dit vast te stellen bedrag en het door [eisende partij] aan [X] betaalde bedrag van € 3.248,07 vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. [eisende partij] voert verweer tegen de vordering in reconventie.
3.2.
[X] vordert – samengevat – veroordeling van eisende partij tot betaling van € 2.281,13, vermeerderd met rente en kosten en voert verweer tegen de vordering in conventie.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vordering in conventie en in reconventie worden deze vorderingen gelijktijdig behandeld en beoordeeld.
4.2.
[eisende partij] vordert primair terugbetaling van € 3.248,07 hetgeen hij naar zijn mening onverschuldigd heeft betaald op de factuur van 23 september 2013 van [X] . Subsidiair vordert [eisende partij] een redelijke prijs te bepalen voor de door [X] uitgevoerde werkzaamheden met veroordeling van [X] tot betaling van het verschil tussen dit vast te stellen bedrag en het door [eisende partij] aan [X] betaalde bedrag van € 3.248,07. [eisende partij] stelt dat hij geen opdracht heeft gegeven voor de gefactureerde werkzaamheden. [eisende partij] stelt alleen opdracht te hebben gegeven voor het opmaken van een verklaring van erfrecht en stelt deze verklaring nog steeds niet te hebben ontvangen en de ontbinding van deze overeenkomst te hebben ingeroepen. [eisende partij] betwist uitdrukkelijk dat hij opdracht heeft gegeven tot het verrichten van de door [X] uitgevoerde advieswerkzaamheden.
4.3.
[X] stelt dat [eisende partij] na een toelichting akkoord was met de factuur en de getroffen betalingsregeling grotendeels is nagekomen. Dat [eisende partij] nu een procedure opstart is volgens [X] ingegeven door de claimcultuur van Das Rechtsbijstand. [eisende partij] dient volgens [X] niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering.
4.4.
[eisende partij] betwist uitdrukkelijk dat hij akkoord is gegaan met de factuur van 23 september 2013. Hij stelt een betalingsregeling te hebben getroffen in de hoop alsnog de verklaring van erfrecht te verkrijgen die [X] nog steeds niet had opgemaakt.
4.5.
De kantonrechter ziet gelet op de standpunten van [eisende partij] onvoldoende aanleiding om het ontvankelijkheidsverweer van [X] te honoreren en gaat hieraan voorbij.
4.6.
[X] stelt dat er sprake is van deel- en vervolgopdrachten van [eisende partij] . Het mag volgens [X] voor zich spreken dat alle werkzaamheden in opdracht en voor rekening van [eisende partij] zijn uitgevoerd. In reconventie vordert [eisende partij] betaling van het restant factuurbedrag alsmede een bedrag van € 1.500,00 voor dossierkosten ter inning van de vordering op [eisende partij] .
4.7.
[eisende partij] betwist uitdrukkelijk de stelling van [X] dat hij opdracht heeft gegeven voor de op 23 september 2013 gefactureerde advieswerkzaamheden . De kantonrechter stelt vast dat er slechts voldoende bewijs is voor een opdracht tot het opmaken van een verklaring van erfrecht tegen een overeengekomen tarief. Dat sprake is van een en of meerdere vervolg- c.q. deelopdrachten kan op grond van de dossierstukken niet worden vastgesteld, Dat het voor zich mag spreken dat de werkzaamheden in opdracht en voor rekening van [eisende partij] zijn uitgevoerd is naar het oordeel van de kantonrechter geen steekhoudend argument. Gelet op de uitdrukkelijke betwisting van [eisende partij] dat sprake is van een opdracht tot (extra) deel- c.q. vervolg werkzaamheden en het door [X] gedane specifieke bewijsaanbod zal de kantonrechter [X] toelaten tot het leveren van bewijs – met alle middelen die de wet daarvoor biedt - van feiten en omstandigheden waaruit valt af te leiden dat [X] [eisende partij] op de hoogte heeft gesteld van extra werkzaamheden welke naast de werkzaamheden voor de opdracht tot het opmaken van een verklaring voor erfrecht noodzakelijk waren, [X] [eisende partij] heeft ingelicht over de financiële gevolgen van deze werkzaamheden en [eisende partij] aan [X] opdracht heeft gegeven voor het uitvoeren van deze extra werkzaamheden.
4.8.
In afwachting van de bewijslevering zal de kantonrechter iedere verdere beslissing aanhouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie en in reconventie
5.1.
laat [X] toe bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit valt af te leiden dat:
[X] [eisende partij] op de hoogte heeft gesteld van extra werkzaamheden welke naast de werkzaamheden voor de opdracht tot het opmaken van een verklaring voor erfrecht noodzakelijk waren,
[X] [eisende partij] heeft ingelicht over de financiële gevolgen van deze werkzaamheden en
[eisende partij] aan [X] opdracht heeft gegeven voor het uitvoeren van deze extra werkzaamheden,
5.2.
bepaalt - voor het geval dat [X] getuigen wil doen horen - dat de getuigenverhoren zullen worden gehouden door mr. A.H.M.J.F. Piëtte in het gerechtsgebouw te Roermond aan de Willem II singel 67 op een nader te bepalen dag en uur,
5.3.
bepaalt dat [eisende partij] in persoon en [X] vertegenwoordigd door een persoon die over een voldoende volmacht beschikt en van de zaak op de hoogte is bij de getuigenverhoren in persoon aanwezig moeten zijn,
5.4.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 19 oktober 2016 voor opgave van de namen, voornamen, leeftijd, beroep en woon- of verblijfplaats van de te horen getuigen en voor opgave van de verhinderdata van beide partijen, hun gemachtigden en de getuigen en voor het geval [X] op andere wijze dan middels het horen van getuigen (eventueel ook) bewijs wenst te leveren (tevens) voor uitlating aan de zijde van [X] c.q. overlegging stukken door [X] .
5.5.
bepaalt tevens dat indien [X] op voornoemde rolzitting geen opgave doet noch op andere wijze bewijs bijbrengt, de zaak op vonnis zal worden gesteld,
5.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.
type: HMUI
coll: