Op 13 juni 2015 heeft verdachte in een woning in Brunssum met een mes stekende bewegingen gemaakt richting twee slachtoffers, waarbij beiden gewond raakten aan armen en handen. De rechtbank oordeelde dat verdachte niet schuldig was aan poging tot doodslag, maar wel aan poging tot zware mishandeling.
De zaak is inhoudelijk behandeld op drie zittingen waarbij getuigenverklaringen, verklaringen van slachtoffers en verdachte, en forensische bevindingen zijn betrokken. De verklaringen van slachtoffers en getuigen werden als betrouwbaar beoordeeld, ondanks enkele kleine inconsistenties. Verdachte kon het letsel niet verklaren en zijn verweer werd niet geloofd.
De rechtbank nam het LOVS-oriëntatiepunt als uitgangspunt voor de strafmaat en hield rekening met het strafblad van verdachte en het feit dat het om twee slachtoffers ging. Verdachte maakte een positieve indruk en gaf aan zijn leven te willen beteren, wat meewoog in de strafbepaling.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 172 dagen op, met aftrek van voorarrest, en een taakstraf van 180 uur, te vervangen door 90 dagen hechtenis bij niet-nakoming. Verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, poging tot doodslag.