Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
- mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter,
- mr. V.P. van Deventer,
- mr. J.M.G. Gunsing, leden.
Rechtbank Limburg
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de meervoudige kamer van de rechtbank Limburg, bestaande uit drie rechters, naar aanleiding van een bevel tot klinische observatie in het Pieter Baan Centrum. Verzoeker stelde dat dit bevel zonder zijn horen was gegeven, wat volgens hem de schijn van vooringenomenheid wekte.
De rechters en de officier van justitie gaven aan dat de beslissing procedureel was en dat verzoeker voorafgaand aan de zitting was geïnformeerd over het mogelijke onderzoek. Tevens kan verzoeker nog worden gehoord door de rechter-commissaris. De wrakingskamer oordeelde dat het subjectieve en objectieve criterium voor partijdigheid niet waren vervuld.
De wrakingskamer benadrukte dat het geven van een bevel tot observatie een procedurele beslissing is die geen aanwijzing vormt voor partijdigheid. Het ontbreken van het horen van verzoeker voorafgaand aan de beslissing leidt niet tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is ongegrond verklaard en afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.