ECLI:NL:RBLIM:2016:1480

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
19 februari 2016
Publicatiedatum
23 februari 2016
Zaaknummer
4803252 CV EXPL 16-1505
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • E.P. van Unen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:225 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woonruimte wegens huurachterstand en opzegging toegewezen

De zaak betreft een kort geding tussen woningstichting Servatius en huurder [gedaagde] over de ontruiming van een woning in Maastricht. De huurovereenkomst was eerder ontbonden en ontruiming was al aangezegd, maar na betaling van een huurachterstand werd ontruiming tijdelijk opgeschort. Vervolgens ontstonden opnieuw huurachterstanden.

Servatius vordert onmiddellijke ontruiming omdat [gedaagde] de huur heeft opgezegd per 31 januari 2016 en sindsdien zonder recht of titel in de woning verblijft. [gedaagde] voert aan dat het opzegformulier niet door hem maar door zijn vriendin is ondertekend, maar dit verweer wordt verworpen omdat de vriendin hem eerder rechtsgeldig vertegenwoordigde.

De rechtbank oordeelt dat de huurachterstanden en de opzegging voldoende grond vormen voor ontruiming. De gevorderde voorziening wordt toegewezen met een ontruimingstermijn van twee weken. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht
Zaaknummer: 4803252 CV EXPL 16-1505
Vonnis in kort geding van 19 februari 2016
in de zaak van
WONINGSTICHTING SERVATIUS,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
gemachtigde Flanderijn en Boers gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde] ,
wonend te [woonplaats] aan de [adres] ,
gedaagde partij,
gemachtigde mr. L.C. van Kasteren.
Partijen zullen hierna Servatius en [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het exploot van dagvaarding d.d. 8 februari 2016
  • de van de zijde van [gedaagde] op 17 februari 2016 ontvangen producties
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 18 februari 2016.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurde van Servatius de woning staande en gelegen te Maastricht aan de [adres] , welke huurovereenkomst bij vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank met registratienummer 3690164 CV EXPL 14-13034 d.d. 13 mei 2015 is ontbonden en waarbij [gedaagde] (onder meer) is veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen twee weken na betekening van het vonnis.
2.2.
Servatius heeft het vonnis aan [gedaagde] laten betekenen en ontruiming aangezegd tegen 25 juni 2015.
2.3.
[gedaagde] heeft daarop op 24 juni 2015 de op dat moment bestaande volledige huurachterstand van € 8.765,65 aan Servatius betaald, waarna partijen op diezelfde dag een overeenkomst hebben gesloten (productie 3 bij exploot) die er kort gezegd op neerkomt dat zolang [gedaagde] de verschuldigde gebruiksvergoeding naar de toekomst toe tijdig betaalt, Servatius de tenuitvoerlegging van genoemd vonnis zal opschorten en daar “eventueel definitief” van zal afzien.
2.4.
[gedaagde] heeft de verschuldigde gebruiksvergoeding vanaf juli 2015 tot en met december 2015 onbetaald gelaten, waarop Servatius de ontruiming heeft aangezegd tegen
10 december 2015 (productie 4 bij exploot).
2.5.
Op 10 december 2015 heeft [gedaagde] een deel (€ 3.000,00) van de sinds juli 2015 weer opgelopen huurachterstand betaald, waarna Servatius de ontruiming heeft aangezegd tegen 17 december 2015. Op die dag heeft Servatius besloten om de ontruiming te annuleren omdat de gemeente Maastricht een betalingstoezegging deed voor de resterende huurachterstand, welke toezegging de gemeente op 18 december 2015 gestand deed.
2.6.
De huurprijs of gebruiksvergoeding over februari 2016 is tot op heden onbetaald gelaten.

3.De vordering en het geschil

3.1.
Servatius vordert - kort gezegd - de veroordeling van [gedaagde] tot onmiddellijke ontruiming van het gehuurde met verwijzing van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Servatius legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] door middel van een daartoe bestemd ‘Formulier huuropzegging’ (productie 5 bij exploot) de huur heeft opgezegd tegen 31 januari 2016 en dat [gedaagde] derhalve thans zonder recht of titel in het gehuurde verblijft. [gedaagde] heeft genoeg kansen gehad maar keer op keer huurachterstanden laten ontstaan. Nu wil Servatius echt van hem af.
3.3.
[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna voor zover nodig zal worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gestelde spoedeisende belang is niet weersproken en vloeit voort uit de aard van de vordering.
4.2.
Om een voorziening te kunnen treffen als gevorderd, dient met een redelijke mate van zekerheid aangenomen te kunnen worden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat deze - of een vergelijkbare - vordering zal slagen. Bij deze beoordeling kan dus slechts een voorlopig oordeel worden gegeven en die beoordeling moet geschieden op basis van hetgeen in deze korte procedure naar voren is gebracht en aannemelijk is gemaakt.
4.3.
Ter zitting heeft [gedaagde] aangevoerd dat voornoemd ‘Formulier huuropzegging’ niet door hem maar door zijn inwonende vriendin, mevrouw [naam vriendin] , is ingevuld en ondertekend (hoewel de handtekening wel leesbaar ‘ [gedaagde] ’ vermeldt). Dit verweer kan niet slagen. Ter zitting is onweersproken vast komen te staan dat [naam vriendin] in het verleden vaker [gedaagde] heeft vertegenwoordigd inzake de huurrelatie met Servatius, zodat Servatius er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [naam vriendin] [gedaagde] ook rechtsgeldig vertegenwoordigde toen zij (kennelijk: namens hem) de huur opzegde tegen 31 januari 2016.
4.4.
Daar komt bij dat ook het onbetaald laten van de huur of krachtens art. 7:225 BW Pro verschuldigde gebruiksvergoeding over de periode juli tot en met december 2015 en over februari 2016 op zichzelf reeds voldoende grond voor ontbinding van de huurovereenkomst of de overeenkomst tot voortgezet gebruik van de woning (in het midden gelaten kan worden hoe de laatste overeenkomst tussen partijen gekwalificeerd moet worden) oplevert, de betalingen in december 2015 ten spijt.
4.5.
Dientengevolge is de onder 4.2. bedoelde mate van zekerheid over een voor Servatius positieve uitkomst van een eventuele bodemprocedure aanwezig en zal de gevorderde voorziening worden toegewezen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn op twee weken zal worden gesteld.
4.6.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Servatius tot de datum van dit vonnis begroot op
€ 613,02, bestaande uit € 400,00 aan salaris gemachtigde, € 117,00 aan griffierecht en
€ 96,02 aan explootkosten.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de woonruimte staande en gelegen te Maastricht aan de [adres] met al de zijnen en al het zijne te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Servatius te stellen;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Servatius tot de datum van dit vonnis begroot op € 613,02,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en is in het openbaar uitgesproken.
RK