Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 februari 2016 in de zaak tussen
[naam] , te [woonplaats] eiser
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Limburg
Eiser was aspirant bij de politie met een tijdelijke aanstelling voor de duur van de initiële opleiding. Na meerdere incidenten, waaronder het verzwijgen van cocaïnegebruik en het ontvangen van te veel reiskostenvergoeding, en negatieve beoordelingen, heeft verweerder eervol ontslag verleend op grond van artikel 89, derde lid, van het Barp.
Eiser maakte bezwaar tegen het ontslag en stelde onder meer dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen zich te verbeteren en dat het onderzoek onzorgvuldig was, mede vanwege anonieme verklaringen. De rechtbank oordeelde dat het toetsingskader terughoudend is bij tijdelijke aanstellingen en dat verweerder in redelijkheid tot het ontslagbesluit heeft kunnen komen.
De rechtbank stelde vast dat het verzwijgen van cocaïnegebruik en het ontvangen van te veel reiskostenvergoeding op zichzelf al voldoende grond vormen voor tussentijdse beëindiging. Ook al was het onderzoek niet altijd even zorgvuldig, was eiser niet in zijn belangen geschaad omdat hij in de beroepsfase alsnog kon reageren.
Gezien de ernst van de tekortkomingen en het gebrek aan zelfreflectie concludeerde de rechtbank dat voortzetting van de opleiding niet zinvol was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het eervol ontslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het eervol ontslag wordt ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd.