ECLI:NL:RBLIM:2016:2060
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kinderrechter verklaart schriftelijke aanwijzing tot beperking omgangsregeling vervallen
De moeder verzocht de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) tot beperking van de omgangsregeling met haar minderjarige kind geheel te laten vervallen. De aanwijzing beperkte de omgang tot eenmaal per twee weken vanwege onrust bij het kind na contactmomenten en een ontwikkelingsachterstand. De moeder betwistte deze beperking en stelde dat de bezoeken goed verliepen en zij leerbaar was.
De kinderrechter oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing als een besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) zorgvuldig en voldoende gemotiveerd moet zijn. Hoewel de moeder haar zienswijze had ingediend, bleek uit de aanwijzing niet dat de bezwaren van de moeder voldoende waren meegewogen. Ook ontbrak het aan bewijs van overleg voorafgaand aan de aanwijzing.
De kinderrechter concludeerde dat de aanwijzing onzorgvuldig tot stand was gekomen en onvoldoende was gemotiveerd, waardoor het verzoek van de moeder tot vervallenverklaring werd ingewilligd. De aanwijzing werd daarmee geheel vervallen verklaard.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing tot beperking van de omgangsregeling is geheel vervallen verklaard wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige besluitvorming.