Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
niet‘met scherp’, maar met een alarmpistool, dat geen projectielen afvuurt en enkel en alleen een knal veroorzaakt, op [naam slachtoffer] heeft geschoten. Dit, gelet op het in de nabijheid van de plaats delict aangetroffen manteldeel van een projectiel, in combinatie met twee verse schotbeschadigingen aan woningen, die volgens twee getuigen voorafgaand aan het onderhavige schietincident nog niet aanwezig waren. Dat dit manteldeel en deze schotbeschadigingen zijn terug te voeren op een ander schietincident, dat zou hebben plaatsgehad na het onderhavige schietincident op 12 maart 2015 en voorafgaand aan het politieonderzoek ter plaatse op 13 maart 2015, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. Door geen van de omwonenden is verder verklaard dat zich al eerder een schietincident op de Thorbeckestraat heeft voorgedaan en het aangetroffen manteldeel lag zo open in het zicht op de stoep bij de ingang van een tuin dat het zeker eerder opgemerkt was als het daar al eerder dan 12 maart 2015 had gelegen. Daarbij neemt de rechtbank verder in aanmerking dat in de voormalige woning van verdachte een aan hem toebehorende patroon is aangetroffen, waarover het NFI heeft geconcludeerd dat de kans dat het op de Thorbeckestraat aangetroffen manteldeel afkomstig is van een patroon van hetzelfde merk en kaliber als het in de woning aangetroffen patroon, 400 keer groter is dan de kans dat zulks niet het geval is. De verschoten patroon is vermoedelijk verschoten met een semiautomatisch pistool in kaliber 7,62 mm Tokarev, zoals een pistool van het type TT-33 (Russisch), of M57 (Joegoslavisch). Ten slotte neemt de rechtbank bij haar oordeel in aanmerking dat in de nabijheid van de plaats delict een sok is aangetroffen waarop zich het DNA-profiel van verdachte bevond. Uit het door het NFI verrichte onderzoek aan de sok blijkt dat de elementsamenstelling van 2 monsters karakteristiek is voor schotrestdeeltjes (te weten PbBaSb) en dat de bewijskracht voor schotresten volgens het NFI groot is. Het door het NFI verrichte onderzoek heeft verder een vrijwel zekere relatie aangetoond tussen de bemonsterde delen van de sok (de aan de sok waargenomen vier beschadigingen) en een schietproces.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1. subsidiair en 2. tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer] , wonende te Maastricht, toe;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij,
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer,
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.