Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
hard’ bewijs is dat de verdachte, die overigens een geheel blanco documentatie op het gebied van strafbare feiten heeft, direct verbindt met de feiten, of hem aanwijst als de dader. De gebezigde bewijsmiddelen zijn absoluut niet concreet. De door getuigen van de dader opgegeven signalementen zijn zo uiteenlopend dat het verschillende personen zouden kunnen zijn. De persoon die op de camerabeelden is te zien, is niet te identificeren als de verdachte. Er zijn geen vingerafdrukken van de dader en evenmin is er DNA van de dader aangetroffen. Daarnaast: in de woning van de verdachte is geen buit aangetroffen en is – hoewel in een kort tijdsbestek een fors geldbedrag is buitgemaakt - evenmin gebleken dat de verdachte plotseling over meer geld beschikte dan normaal. De verdachte heeft een herenfiets, terwijl volgens de camerabeelden de dader(s) zich verplaats(t)(en) op een damesfiets. De aangetroffen kleding is zo veel voorkomend dat daaruit de betrokkenheid van verdachte niet kan worden afgeleid. De betrokkenheid van verdachte kan niet worden afgeleid uit de door de politie vervaardigde foto’s van de verdachte in de kleding die lijkt op de kleding van de overvaller. Ook het aantreffen van fietstassen in de woning van de verdachte, een veel voorkomend tasje van La Place en twee messen, impliceert op geen enkele wijze de betrokkenheid van de verdachte bij de tenlastegelegde feiten. Daarbij merkt de verdediging op dat er ontelbaar veel soortgelijke messen in omloop zijn. Daarmee is het bewijs tegen de verdachte allesbehalve overtuigend. Voor schuld van de verdachte aan de tenlastegelegde feiten bestaan slechts vage ‘aanwijzingen’. Daarom kan niet worden vastgesteld dat de verdachte de overvallen heeft gepleegd.
4.De benadeelde partij
5.Het beslag
6.De beslissing
- spreekt de verdachte vrij van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde;
- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;
- verklaart de benadeelde partijen [naam benadeelde partij] (feit 1), [naam benadeelde partij] (feit 2), [naam benadeelde partij] (feit 4), [naam benadeelde partij] (feit 5), [naam benadeelde partij] (feit 5) en [naam benadeelde partij] (feit 8), niet-ontvankelijk in hun vorderingen;
- veroordeelt de benadeelde partijen in de proceskosten en begroot deze kosten aan de zijde van de verdachte tot heden op nihil;
25 maart 2016.